Met mensen- en met eng’lentongen

Misschien kom ik toch nog in de hemel, als ik daar niet al ben. Want overal is een tekort aan tenoren, en dat zal bij de engelenkoren niet anders zijn.

Ik was naar de studieweek voor oude muziek in Bad Waldsee. Zang uit de zestiende eeuw, maar ook blaas- en enkele snaarinstrumenten. Met een zeker gemak verving men indertijd stemmen door instrumenten of omgekeerd en roeide met de riemen die men had. In Waldsee waren er fluiten, dulcianen, pommers, ranketten, kromhoorns, gemshoorns en nog andere dingen, en dat vaak in sopraan-, alt-, tenor- én basuitvoering. Er waren harpen, gamba’s en luiten. En natuurlijk menselijke stemmen, waaronder de mijne: een niet meer geheel ongeschoolde, zich ontwikkelende, stabiele tenor, die vlot van de hand ging, want zoals gezegd: daar zijn er altijd te weinig van. En omdat er vaak meerkorige werken werden uitgevoerd waren er tenoren nodig, temeer omdat die in die tijd vaak de dragers van melodie en tekst waren, zoals sopranen dat tegenwoordig zijn.

Het thema van de week was te volgen hoe eenvoudige volksliedjes werden gerecycled in kerkelijke muziek.

Zo bleek Heinrich Isaac (1450–1517) de melodie van zijn Tmeiskin was jonck ook te hebben gebruikt voor een Kyrie en een Agnus Dei. Zie ook hier.

En de Missa Es sout en meiskin halen wijn van Richard Sampson (± 1500–1550) gaat natuurlijk terug op een liedje met die titel.

Bij wijze van eigen archief een overzicht van de werken die we verder nog gezongen en gespeeld hebben:

Duarte Lôbo (1565–1646), Audivi vocem de cælo. Dit wil ik op mijn begrafenis; komt U ook als het zover is?

Francesco Soriano (1549-1586), Dixit Dominus secundi toni a 16 hebben we opgegeven; dat was te moeilijk en kregen we niet mooi. Beschrijving hier.

Andrea Gabrieli (1520–1586) XLII Gloria a 16.

Hans Leo Hassler (1564–1612), Duo seraphim a 12. Gebrekkige, oude(?) opname.

Ludwig Senfl (1486–1543), Wohlauf, wir wöllens wecken en andere liederen van hem Uiteindelijk hebben we ons geconcentreerd op zijn lied Amica mea – Ich stuend an einem Morgen, waarin ik een langgerekte, ijle tenorpartij mocht zingen; gelukkig niet al te hoog. De Amerikaanse opname in Youtube vind ik niet mooi.

Marialiederen door de vrouwen alleen.

Sethus Calvisius, Unser Leben währet siebzig Jahr (naar Psalm 90 natuurlijk). Zelf werd de componist nog geen zestig (1556–1615). Hoe oud ik word weet ik natuurlijk niet, maar er is niet meer veel tijd, dus ik wil een beetje haast maken met dat zingen, en ook dit was een prachtig lied.

Als malligheid ter ontspanning Alala pia calia van Orlando di Lasso (1532–1594). Een raadselachtig geval in Napolitaans dialect naar men zegt, met veel ontleningen aan het Arabisch (allah, tanbih, gurgh). Het schijnt dat buitenlandse zeelieden daarin op de hak worden genomen. Een perfecte Franse opname en een grappige Turkse.

Als malligheid beschouwde ik aanvankelijk ook een stuk voor twaalf gemshoorns, maar toen ik het eenmaal hoorde was het niet zo mal; integendeel. Een heel weemoedige sound, en ze slaagden erin zuiver te klinken, wat volgens mij een groot kunststuk is. Die andere toeters zijn vaak vals zonder dat daar iets aan is te doen.

En als toegift waren er dansjes op blaasinstrumenten van Praetorius (1571–1621).

Bij enkele stukken heb ik gelinkt naar een uitvoering in Youtube. Die uitvoeringen zijn natuurlijk vrijwel perfect; dat waren de onze niet. Van de meeste andere stukken vond ik geen uitvoering. Geen wonder: onze musicoloog heeft die vrijwel onbekende stukken opgedolven in bibliotheken.

4 reacties

Opgeslagen onder Muziek

4 Reacties op “Met mensen- en met eng’lentongen

  1. Mooi om te lezen dat je zo geniet van het zingen en alles eromheen.

    Vrolijke groet,

  2. Van ‘Houdt uw kanneke vaste’ kan ik helaas niet de folky versie van Studio Laren en Donald de Marcas vinden. Maar deze is, hoewel belcanto, toch ook wel leuk:

  3. Dat klinkt goed allemaal. Die hemelse gezangen gaan vast wel lukken op je begrafenis, dat is een voordeel als je bij leven een gewilde tenor bent, maar laat ze er eerst nog maar een tijdje op oefenen.
    Dat Napolitaanse dialect heb ik toevallig dit weekend kunnen beluisteren, Marco Beasley was in Groningen, in een knus en stampvol kerkje, met op het programma liefdesliedjes uit Napels. Rare taal, soms leek het wel Chinees.

  4. @aargh: Er is geen touw aan vast te knopen. Alleen blijft het vermoeden dat bij Orlando de tekst zeer obsceen is, wat bij hem wel vaker het geval is.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s