Telefonaatje

Van alle communicatiemiddelen schijnt de telefoon het populairst te zijn. Bij mij niet; integendeel; geef mij maar de e-mail. Maar met de brief was ook goed te leven. Brieven duurden langer, maar je kreeg vrijwel altijd ook antwoord, wat bij de e-mail niet zo is. Antwoorden binnen een week gold vroeger nog als fatsoenlijk en dat maakte het leven aangenaam rustig.

Aan telefoneren heb ik zo’n hekel dat ik het soms weken uitstel, waardoor zelfs een postzegelbeplakte brief een stuk sneller is. Ik heb altijd een lijstje liggen van personen en instellingen die ik ‘nog moet opbellen’ — en dan niet opbel. Of op een sterk moment kies ik toch eens een nummer, maar dan wordt er niet opgenomen. Dan ben ik ontmoedigd tot ik me weer eens sterk genoeg voel. Of de gewenste gesprekspartner is niet aanwezig. Of de persoon aan de lijn kan me niet verder helpen; probeert u het eens hier-of-daar. Of het allerergste: ik zal nog teruggebeld worden. Dan kan ik me niet meer concentreren omdat er ieder ogenblik gebeld kan worden— wat echter zelden gebeurt.

Het academisch ziekenhuis maakte het wel bijzonder bont en heeft mijn telefoonhaat weer versterkt. Een maand geleden was ik daar voor een medisch onderzoek. Daarvan was de uitslag niet meteen bekend. Ze gaven me een brief mee met een telefoonnummer dat ik over enige dagen kon bellen. Dat deed ik, maar het bleek meteen al een verkeerd nummer. Na wat heen en weer gepraat en gedoorverbind kreeg ik het ‘goede’ nummer. Daar zeiden ze dat de uitslag er nog niet was; ik moest het over twee weken nog maar eens proberen. Dat deed ik, en toen begon er een odyssee van nieuwe nummers en doorverbindingen. Ik heb hier zeven nummers op een briefje staan. Het eens zo ‘goede’ telefoonnummer wist nu helemaal van niets; een ander nummer bleek de noodopname te zijn, waar een geïrriteerde arts vond dat ik de lijn blokkeerde. De laatste persoon met wie ik sprak zei dat het resultaat van het onderzoek aan mijn huisarts zou worden toegezonden. Dat was voor mij een gerede aanleiding om er een week niet meer aan te denken. Maar de huisarts bleek niets ontvangen te hebben. En volgens haar sprak het allang niet meer vanzelf dat alles in orde was als je niets hoorde. Ik moest er dus nog een keer tegenaan. Toen herinnerde ik me een oude les uit Egypte: stoot door naar het hoogste niveau, ga zo nodig op audiëntie bij de minister. In dit geval was dat dus de hoogleraar die de baas was over de betreffende afdeling van het ziekenhuis. Die kreeg ik niet aan de lijn, dat had ik ook niet werkelijk verwacht, maar wel zijn secretaresse. En dat was een vriendelijke, hulpvaardige en competente vrouw; daarop had hij haar natuurlijk ook uitgezocht. Die tikte wat in op haar PC en haalde het resultaat in een zucht tevoorschijn. Vanochtend bleek dat zij het ongevraagd ook nog eens schriftelijk aan mijn huisadres had gestuurd. Het speet me dat ik zo iemand moest lastig vallen; ze heeft vast iets beters te doen, maar wel heerlijk dat er nog zulke mensen zijn.

Wat was er misgegaan? Gebrek aan competent personeel natuurlijk, maar ook de centralisatie. Je belt het nummer van een bepaalde afdeling maar krijgt ergens een megacentrale, die je dan gaat doorverbinden met een willekeurig persoon die van niets weet. Een tweede euvel is denk ik het doorschakelen: iemand gaat even koffie drinken, opereren of golf spelen en schakelt zijn telefoon door naar iemand anders, die de voorgeschiedenis niet kent.

Bij dat medische onderzoek was overigens alles in orde. Maar stel dat dat niet zo was geweest? Dan was ik nu misschien wel doodziek of overleden. Of zijn die onderzoeken volkomen onbetekenend en alleen maar als decoratie bedoeld?

10 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

10 Reacties op “Telefonaatje

  1. En ik maar denken dat Duitsers veel efficiënter zijn dan Nederlanders. Momenteel heb ik veel te maken met medische mensen en mijn duim verslijt zowat van het opsteken. Top!

  2. Ik ken die telefoonangst ook wel een beetje. Een klein beetje. Maar als ik het zo erg had, zou ik gewoon lijfelijk naar het ziekenhuis gaan.

  3. @groninganus: Dat had ik ook gedaan als mijn laatste poging onsuccesvol was gebleven. Maar het hoefde dus net niet.

    Is het telefoonangst? Zo verlegen ben ik niet. Ik zou het eerder een diepe weerzin noemen. Ik heb het ook met vrienden en kennissen.

  4. Mooie beschrijving van het belvermijdend proces. Ik heb het ook, ik fiets liever drie kwartier door de regen dan iemand te moeten bellen, ik weet niet waarom, altijd al gehad. En skypen, bijna nog erger. Dus leve de mail en facebook.
    De gang van zaken in zo’n ziekenhuis is natuurlijk niet erg geschikt om iemand van zijn telefoonfobie af te helpen. Deze keer heb je het goed opgelost, maar ik wed dat je een volgende keer toch niet meteen de directie belt 😉

  5. Vreemd, ik bel ook bijna niet meer.
    Ook heb er een rare aversie voor gekregen.

    Fijn dat na veel moeite het ziekenhuisbericht meeviel.

    Vriendelijke groet,

  6. Ik mis in dit verhaal het telefoonmenu, doen ze daar niet aan in Duitsland? Ik krijg vrijwel nergens meer meteen een mens aan de lijn.

  7. Naast een irritante telefoonmenu wil ik daar dan ook graag het vreselijke wachtdeuntje op de achtergrond aanmelden …….

    Vriendelijke groet,

  8. @aargh: Een telefoonmenu heb ik ook wel eens meegemaakt; bij mijn bank bij voorbeeld. En als ik naar een instantie in Nederland bel. Maar het lijkt me dat die dingen hier niet zo vaak voorkomen.

  9. Natascha

    Ja, met dat terugbellen hier in Duitsland is het nooit wat. Ik weet niet hoe dat in Marburg is, maar in Beieren betekent “ik bel u terug” code voor “ik laat nooooit meer iets van mij horen, doei, die vraag is veel te moeilijk of ik heb hier geen zin in!” Pepijn zegt wel eens lachend dat ik telefoonangst heb. Dat is het niet, ik heb gewoon net zo’n frisse tegenzin als jij.

    De medische stand is in Beieren overigens een verhaal apart, geen idee of dat in Marburg ook zo is. Authoritair en hautain, je hebt altijd het gevoel dat je een arts ergens bij stoort, zelfs als je een afspraak hebt om langs te komen of te bellen. Ik verslijt hier heel wat artsen, want zelf nadenken en vragen stellen is hier vloeken in de kerk. Ik denk dat jij diezelfde ervaring hebt als academicus: je hebt dan wel geen medicijnen of tandheelkunde gestudeerd, maar wel een universitaire studie voltooid, dus je hoeft niet aangesproken te worden alsof je 5 jaar oud bent. Een echt goede ervaring heb ik jaren geleden gehad toen ik een darmbloeding had gehad. De internist van de eerste hulp belde een paar dagen na mijn thuiskomst persoonlijk op om te vragen hoe het met mij ging.

  10. @Natascha: Er is blijkbaar toch een regionaal verschil. Hier in Marburg word ik door artsen niet als vijfjarige, maar heel normaal aangesproken. Ze leggen me ook altijd netjes uit wat ze gaan doen en waarom; maar vaak begrijp ik het gewoon niet. (Dat heb ik bij natuurkundigen ook altijd.) Als ik zelf eens iets opper wat kant nog wal raakt wordt dat ook altijd heel beleefd aangetoond; daarna zie ik het meestal wel in.
    Omdat ik als Duits ambtenaar particulier verzekerd ben heb ik ‘recht’ op behandeling door een Oberarzt, en daar zitten wel eens van die korpsballen tussen. Maar die komen altijd maar een paar minuten langs; het echte werk wordt door de lagere goden gedaan.
    In Beieren, en vooral in het Beierse Woud, heeft autoritair artsengedrag zich waarschijnlijk veel langer kunnen handhaven, ook in de thuispraktijken.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s