Spionage en censuur

Vandaag werd ik wakker met herinneringen aan enkele omstandigheden omtrent mijn studieverblijf in Egypte, 1971–72. Meteen maar opschrijven.

Aankomende arabisten werden in die tijd graag naar Cairo gestuurd voor de taal. Ze kregen dan een Egyptische studiebeurs van £E 40 p.m. (daar ging nog £E 3,50 belasting vanaf). Dat was niet veel geld, maar het ging ook de om de erkenning en beschutting. Egypte was toen een half oostblokland: het was er vergeven van de Russen en Oostduitsers, en er moest dus gespioneerd worden. Omdat er vrijwel niemand heen ging — in de hele DC 8 zaten maar tien passagiers — werden ook studenten daarbij ingeschakeld. Toen het bericht gekomen was dat ik zo’n beurs zou krijgen moest ik nog lang wachten op het visum. In die tussentijd werd ik bezocht door een mijnheer van de BVD, die mij voorstelde dat ik in Egypte ‘mijn ogen goed de kost zou geven’ – nee, niet door het sleutelgat, geen gevaarlijke missies, gewoon van binnenuit de zaken eens aanzien, de stemming peilen in allerlei kringen en zo, en mijn info doorgeven aan iemand die ik ter plaatse nog zou leren kennen. Hij ried me dringend aan op dit voorstel in te gaan, omdat anders mijn vader nadeel zou kunnen ondervinden. Dat laatste mocht niet gebeuren vond ik, en hoewel ik helemaal geen zin had in die klus was het duidelijk dat ik niet kon weigeren. Ik heb er flink over getobd toen, en besloot uiteindelijk niet te weigeren maar me zodanig als malle Eppie te gedragen dat niemand iets aan me zou hebben. Bij een tweede contact, in hotel Terminus in Den Haag, werd ik onderworpen aan de jenevertest. Er werd mij een aantal borrels aangeboden/opgedrongen om te zien of ik daarna erg spraakzaam werd. Quod non.

In Cairo merkte ik dat er in en om de ambassade wel personen waren die zich kennelijk met spionage-achtige activiteiten bezighielden. Later hoorde ik dat Nederland door de NAVO was uitverkoren om Egypte te coveren, en dat dit in 1973 alweer voorbij was omdat er stomme fouten waren gemaakt. Er waren ook buitenlandse studenten actief: de Amerikaan Daniel P., die tegenwoordig chef is van een ultraconservatieve, islamhatende think tank, en een Fransman, wiens biografie zo volledig fictief was dat hij van de aardbodem verdwenen lijkt. De Egyptenaren zelf waren helemaal bezeten van spionage: ruim de helft van hen moet wel spion of informant geweest zijn. Zij pakten het allemaal wat grondiger aan dan de Nederlanders, zodat ik geleidelijk een minachting ontwikkelde voor de activiteiten van mijn landgenoten. Toen ik eens een paar blaadjes papier verscheurde en op een vuilnishoop gooide sprongen er meteen een paar mannetjes op, die deze documenten gingen redden voor het staatsarchief. Het hebben of dragen van een tas was ongewenst omdat je dan nieuwsgierige lieden achter je aan kreeg, of gezagsdragers die opening verlangden. Die hele paranoïde sfeer van toen is overigens mooi weergegeven in een verhaal van Yusuf as-Sharuni over de lotgevallen van een man met een groot bruin pakket, dat echter slechts een lifa-spons bleek te bevatten. Het was ook de tijd dat de boeken van Kafka goed verkochten in Egypte.

Wat had het contact met de BVD voor gevolgen voor mijn verblijf? Ik had enkele onaangename contacten met Nederlandse contactpersonen, aan wie ik niets noemenswaardigs vertelde. Erger was echter dat ik nu niet meer ‘onschuldig’ mijn ogen de kost gaf. Rondkijken had ik toch wel gedaan: ik was immers nieuwsgierig naar het andere land dat ik daar leerde kennen. Het contacten aanknopen met Egyptenaren werd onaangenaam belast. Maar dat was het voor hen ook. Met buitenlanders praten was soms niet goed voor hen. Zij dachten vaak toch al dat buitenlanders spionnen waren, en zou het nu nog waar zijn ook? Zo heeft er een aantal gesprekken in de Cairose dierentuin plaatsgehad, een klassieke locatie voor geheime gesprekken. Naast de schuldigheid waarmee Egypte je opzadelde kwam er nog een Nederlandse portie bovenop. Niet prettig.

Toen ik tegen het einde van mijn verblijf eerder naar Nederland terug wilde dan voorzien werd ik ter ambassade ontboden, waar mij boos te kennen werd gegeven, dat dit niet de bedoeling was. Men zou de verstrekking van mijn studiebeurs heroverwegen. Dat was een slordigheidje van die man: ik hád helemaal geen Nederlandse studiebeurs, dus die kon ook niet ingetrokken worden. Binnen een week had ik mijn uitreisvisum bij de Egyptenaren bij elkaar geluld en vertrok ik.

Wie had me eigenlijk bij de BVD aangemeld? Dat kwam ik jaren later te weten. Ik had toen een baan op het instituut in Leiden en moest een keer laat in het kamertje van het secretariaat zijn. Daar werd mijn oog getrokken door de persoonlijke dossiers en sloeg ik mijzelf even op. En ziedaar de kopie van een brief van een allang vertrokken oude hoogleraar die aan een kennelijk bevriende generaal b.d. schreef dat hij ‘er weer een had’ – waarna mijn naam volgde. Kijk, een echte spion had die brief even gefotografeerd met de Minox. Maar ik was er geen en had er geen. Net als in Egypte was ik alleen maar privé-nieuwsgierig.

‘Geopend zijdens de censuur’: dat stond altijd op de plakstrook waarmee de brieven van en naar Europa weer waren dichtgeplakt. Wie las ze? Naar verluidde waren er oude Indonesiërs, die nog Nederlands kenden en deze klus voor Egypte klaarden. De luchtpost werkte goed; geen wonder, want de autoriteiten waren natuurlijk nieuwsgierig naar het antwoord. In die dure postzegels van 11 piaster betaalde je als het ware de censuur mee. Het was niet zo moeilijk de censuur om de tuin te leiden met overdreven enthousiasme, understatements of toespelingen waarvan oude Indonesiërs geen flauw vermoeden konden hebben. Als een Nederlander mij een brief in het Nederlands uit Italië schreef kwam die ook aan, maar het duurde duidelijk langer. De Italië-desk moest eerst die rare taal determineren. En als een Duitser mij in het Duits schreef kwam de brief natuurlijk bij DDR-geïnfecteerde diensten terecht, die meer te duchten waren. Ik schreef eigenlijk niets wat niet de hele wereld had mogen lezen, maar ook de censuur paste in het bouwwerk van wantrouwen en verdenking.

6 reacties

Opgeslagen onder Cairo, Nabije_Oosten, Nederland, Persoonlijk

6 Reacties op “Spionage en censuur

  1. Wieneke

    Sjonge! En daar wisten wij al die tijd dus niks van. Als ik het maken van politieseries door Nederlanders als maatstaf neem, dan kan ik me voorstellen hoe knullig de spionage er toentertijd (en misschien nog wel) aan toeging. Wij kunnen dat gewoonweg niet. Ergens vind ik het niet zo erg, hoor. 😉

  2. Interessant verhaal. De BVD wierf indertijd kennelijk volop in academische kringen. Van een aantal oud-docenten/collega’s weet ik ook dat ze benaderd werden (doorgaans omdat ze als student het Russisch machtig waren). De geschiedenis van de inlichtingendienst in deze periode is ook een boeiende: na meer dan 20 jaar fixatie op het Rode Gevaar, was men ineens verrast door de binnenlandse Molukse acties.
    De werkwijze zoals je die schetst, komt amateuristisch over, maar verhult natuurlijk niet de kwalijke manier van werven (het dreigement aangaande je vader). Hij had een rijksbetrekking?

  3. @Martin: Ja, dat met mijn vader was het kwalijkst. Hij had inderdaad een rijksbetrekking.
    Men was niet alleen verrast door de Molukse acties, ook door de (toen nog volop vermeende) gevaren die er van Arabieren in Nederland uit zouden gaan. Ik ging begin jaren negentig in Amsterdam eens een shaworma eten bij een Egyptenaar die ik kende. Toen ik bestelde maakte hij een minuscule hoofdbeweging in de richting van een andere klant. Dank zij mijn studie kon ik deze beweging wel interpreteren. Inderdaad ontpopte die klant zich na enige tijd als een snuffelaar, maar zó onhandig en met zulk slecht Arabisch, dat we na zijn vertrek beiden in lachen uitbarstten.
    Na 9/11 was ik al in Duitsland. Hier heb ik de herwaardering van de spionage onder studenten Arabisch meegemaakt. Sommigen kwamen en komen heel openlijk met dat doel studeren.

  4. Ach, die Nederlandse BVD stelde niet zoveel voor. Blijkt wel uit dit verhaal. Voor de hand liggende zaken. Maar wel spannend om als student er voor te worden geworven. Het vaderland getrouwe, al was het maar in het opmerkelijke land Egypte dat toen nog als vijandig t.o.v. Israel gold neem ik aan. En dat was toch onze vriend. Dat is nu wel iets veranderd. Wellicht worden studenten nu gevraagd in Israel te kijken t.b.v. onze Arabische vrienden??

  5. Laurent

    Niet te geloven zeg, dat men je gewoon chanteerde om eraan mee te werken.

  6. Zo is het leven, blijkbaar.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s