De hete hel en de koude hel

SneeuwstormHet wil nog steeds niet erg winteren; toch is dit de tijd om U kennis te laten maken met de koude hel. De hete hel kent U immers al; misschien is er zelfs een warm plekje voor U gereserveerd. Maar er is meer!

De hel is een Perzische uitvinding. De oude Perzen kenden een hete en een koude hel. Daarvan is alleen de hete in de bijbel en de koran terechtgekomen. In de Arabische tekst Kitab al-Azama (anonym, nog ongedateerd) trof ik naast een uitvoerige beschrijving van de ‘gewone’ hel echter ook een fragment aan over dat contrast in temperatuur. De auteur kon hier, als altijd onder dekmantel van godsvrucht, zijn sadistische kant weer eens helemaal uitleven.

Mālik is de wachter van de islamitische hel. In koran 43:77 komt hij kort ter sprake, wanneer de gefolterden hem vragen of de Heer hen niet dood kan maken. Nee, is zijn antwoord, jullie blijven hier! Het onderstaande is een vrije fantasie van een jaar of duizend geleden en maakt geen deel uit van het doorsnee islamitische gedachtengoed.

(Vertaalde tekst:)
[…] Dan komen de hellewachters naar voren om de poorten weer te sluiten. De bewoners van de hel gaan luid tekeer, wenen bitter en zeggen: Mālik, waarom heb je besloten de poorten weer te sluiten? Hij antwoordt: Het is noodzakelijk ze te sluiten en te vernagelen, want in Gehenna is er alleen benauwdheid en bestraffing; zij is pikdonker en vol bestraffingen en verschrikkingen. 
Dan gaan zij luid tekeer en zeggen: Mālik, wijs ons toch iets wat de foltering kan verlichten. Hij antwoordt: Bidt tot jullie Heer, dat hij de boeien niet nog strakker maakt. Dat doen zij, maar telkens als zij bidden wordt het hellekooksel heter voor hen, en de hellewachters worden toornig en tongen van vuur halen uit naar hen tot zij er ellendig aan toe zijn. Dan roepen zij alle samen om hulp: Heer, folter ons met wat Gij wilt en hoe Gij wilt, maar wees niet toornig op ons!
 Dan zeggen zij: Mālik, geef ons iets te drinken, waarmee wij onze ingewanden kunnen verkoelen. Maar hij zegt: Hoop ellendigen, in Gehenna zijn er alleen hellekooksel, kokende olie en walgelijk voedsel. Zij zeggen: Dit houden wij niet uit! Hij zegt: Of jullie het uithouden of niet maakt geen verschil; jullie wordt slechts vergolden wat je hebt gedaan. Zij rumoeren allen door elkaar en roepen uit: Mālik, Mālik! – honderd jaar lang. Daarna antwoordt hij: Wat is er, ellendigen? Dan zeggen zij: Mālik, breng ons in de Koude!
 De hellewachters brengen hen in de koude, die bestaat uit putten, dalen, grotten en holen, …[?] en kloven. Zij slepen hen uit de zeeën van het Hellevuur en voeren hen naar de Koude. Verheugd komen zij aan bij de bergen sneeuw en het ijs van de Koude, bij de putten in de Koude en de heuvels van de Koude, die alle van de toorn Gods zijn. 
In die Koude is er een wind genaamd Sarsar, die hen meevoert en hen verstrooit over die heuvels en hun vlees uitspreidt, het afsnijdt en het in de Koude werpt.
Abdallāh ibn Salām zei: Bij Hem in wiens hand mijn ziel is, de hellewachters laten niet af hun vlees af te snijden met messen van Gods toorn, terwijl het bloed uit hun lichamen stroomt en zij naakt en barrevoets in de Koude zijn. De foltering door de hellewachters die over hen gesteld zijn eindigt nooit.
 Honderd jaar lang roepen zij: Mālik, Mālik! maar hij zegt tot de hellewachters: Giet water uit de Koude over hun hoofden! Zij doen zoals hij bevolen had en het bevriest op hun lichamen. 
Zij schreeuwen en gaan luid tekeer en roepen weer honderd jaar lang: Mālik, Mālik! Dan zegt Mālik: Hoe gaat het nu met jullie, ellendigen? En zij zeggen: Wij hadden gehoopt dat onze foltering door de Koude verlicht zou worden, maar zij is nog erger geworden, dus breng ons weer terug naar het Hellevuur! Dan zegt Mālik tot de hellewachters: Brengt hen terug naar het Hellevuur, en dat doen zij. Wanneer zij in hun verblijven in het Hellevuur aankomen merken zij dat het zeventig maal heter is dan tevoren. 
Zij roepen honderd jaar lang: Mālik! Dan zegt Mālik tot hen: Hoe gaat het nu met jullie, ellendigen? En zij zeggen: Breng ons terug naar de Koude.
Abdallāh ibn Salām zei: Zij worden afwisselend honderd jaar op de ene plaats gefolterd en honderd jaar op de andere.

2 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Islam

2 Reacties op “De hete hel en de koude hel

  1. Wieneke

    Werden de mensen minder ondeugend als ze dit enge verhaal hoorden? 😉

  2. Er zijn altijd wel mensen, ook nu nog, die zo schrikken van de verhalen over de hel, dat zij hun leven ernaar inrichten. Maar dat maakt hen niet minder ondeugend. De bangen brengen vooral zich zelf schade toe, maar indirect ook anderen. Ouders bij voorbeeld, die erg bang zijn voor de hel, brengen dat op hun kinderen over en beknotten ook hun leven.

    Het zwakke van het bovenstaande verhaal is dat het zo overdreven is en zo concreet. Daardoor wordt het minder geloofwaardig. Verstandige teksten over de hel, zoals bij voorbeeld de koran, zijn veel korter, duiden de zaken alleen aan en laten het aan de hoorders over, zich daarbij verschrikkingen voor te stellen. Dat zaait veel meer schrik.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s