Mensen kijken in Thailand

Wat doet een toerist in een ver land? Als hij niet uitrust of sport of eet of drinkt bekijkt hij dingen. Landschappen. Architectuur. Kunstvoorwerpen. Maar ook mensen.

Als ik Marburg op een terrasje zit bekijk ik de voorbijgangers. Dat zijn ‘mijn’ mensen; af en toe zie ik ook een kennis en dan begroeten we elkaar of maken een praatje. Als ik in Italië op een terrasje zit, kijk ik ook naar de voorbijgangers. Dat zijn niet mijn mensen, maar het verschil is niet groot. Maar in Thailand zit ik ineens naar een Vreemd Volk te kijken. Dat vreemde valt overigens nogal mee: de Thais zijn allang niet meer zo vreemd voor ons als ze honderd jaar geleden geweest moeten zijn. We kijken vooral naar die paar dingen die nog afwijken van wat wij zelf hebben en doen: pittoreske etens- en bloemenstalletjes, kunstwerkjes geheel vervaardigd van kleine bloemetjes. Lange boten waarmee zij handig de rivier bevaren. De verering van de koning. De ongelooflijke beleefdheid en vriendelijkheid. De fraaie dames, veel minder plomp dan bij ons, geheel in westerse stijl gekleed. Mensen die elkaar zitten te masseren in een hoekje van de markt; dat kan bij ons bijna niemand. Het girlie-stijltje van jonge vrouwen, die aan de schoolagenda’s en rugzakdecoraties van onze allerjongste tienermeisjes herinnert. De poezelig roze hoesjes van hun mobieltjes. De rendiergeweitjes op de hoofden van serveersters, een Amerikaanse invloed naar men mij uitlegde. Echt vreemd zijn de gedragingen van de mensen in de tempels. Daarvan begrijpen wij niets – totdat we er iets over gaan leren natuurlijk. Ook het eten is vreemd – maar heel lekker vreemd; dat went snel. Wat een heerlijke keuken! En de taal ja, die is volkomen vreemd; tot je hem leert, maar dat duurt wel een jaar of twee en ik begin er niet aan.

In Noord-Thailand wonen echter nog volkeren en stammen die geen Thais zijn, andere talen spreken en nog niet zo ontwikkeld zijn. Die mensen worden door de Thais zelf vreemd gevonden en min of meer voor de toeristen tentoongesteld. Sommige reisbureaus adverteren uitdrukkelijk met excursies naar stammen die nog nauwelijks bezocht zijn. En pas op, voorzichtig: ze kunnen wel eens agressief uit de hoek komen! Net als de wilde dieren in de dierentuin dus. Mijn aangetrouwde familie had ons in het Noorden enkele toeristische attracties aangeboden, die erg interessant waren, maar mij soms te zeer herinnerden aan de mensententoonstellingen uit de koloniale tijd (± 1870–1930).

We reden bij voorbeeld naar een dorpje van de Hmong niet ver van Chieng Mai. Het dorp bestond voor de ene helft uit parkeerplaats en voor de andere uit marktkraampjes waar kunstnijverheid werd aangeboden. Dit volk heeft een bijzondere, zeer fraaie klederdracht, waarvan de dameshoed in de vorm van een ouderwetse lampenkap het opvallendst is. Door de straatjes deinden talloze van deze hoeden en drachten op en neer. Het was wel even slikken toen ik zag dat de meeste werden gedragen door Japanse en Chinese toeristes, die net een setje hadden gekocht en elkaar nu vlijtig fotografeerden. Marken en Volendam op zijn Thais dus. Worden die Hmong daar gelukkig van? In ieder geval heeft het ze geen windeieren gelegd; even later zagen we mooie huizen die tegen de berghelling waren gebouwd en waar zij waarschijnlijk wonen als ze klaar zijn met souvenirs verkopen. Hun welstand gun ik ze van harte, maar ik bleef toch met een onaangename smaak zitten. Deze werd echter al spoedig weggespoeld door de beste espresso die ik in Thailand heb geproefd, gezet door een studente in een erg primitief cafétje.

Groot bezwaar had ik tegen een bezoek aan de zogeheten Long Neck People. Bij hen wordt de hals van vrouwen van kinds af aan uitgerekt door er zware banden omheen te leggen; misschien hebt U ze wel eens op een foto gezien. Daar is dus niet eens het excuus van kunstnijverheid, daar ga je echt alleen maar rare mensen bekijken. Maar om een of andere reden, het was al te laat geworden geloof ik, ging die excursie niet door. Gelukkig maar.

Op een avond kregen we een traditionele Noord-Thaise maaltijd aangeboden, op kussentjes in een historisch gebouw, een lang paviljoen zonder muren. Die maaltijd was meer dan voortreffelijk. Zij werd opgeluisterd door een show van traditionele Thaise dansen, die ook aangenaam waren om te zien, al raakte ik het besef niet kwijt dat ze dat op Java beter konden. Na het eten en na de show werd ons verzocht door te lopen naar een soort houten arena, waar het tweede deel van de show zou plaats vinden. Daar dansten de stammen uit het hoge Noorden; niet alleen Hmong, ook nog andere. En daar kreeg ik wel erg het gevoel naar een Völkerschau (Human Zoo) te zitten kijken. De Thais hadden mooi gedanst, de vrouwen zeer verfijnd, de mannen meer acrobatisch. Maar deze mensen eh …  konden eigenlijk niet goed dansen, alleen maar zo’n beetje op de grond stampen onder begeleiding van trommelslagen en geklep op bamboestengels. Voor kunst konden deze dansen moeilijk doorgaan; zij waren wellicht diep geworteld in hun cultuur, maar hier geheel vervreemd. Ik vond het niet prettig ernaar te kijken, want ik zag ineens die poster voor mijn geestesoog, die in Duitsland laatst nog in herdruk circuleerde: Fünfzig wilde Kongoweiber in ihren Hütten of zoiets.

In de negentiende en twintigste eeuw stelde men in Europa graag exotische volkeren ten toon in dierentuinen, circussen en op koloniale tentoonstellingen. Antwerpen was er met het negerslaafje Zjefke vroeg bij, maar dat was een toeval geweest. Uit de koloniën werden sinds 1870 systematisch groepen exoten gehaald om in Europa te worden bekeken, ook op de Koloniale Tentoonstelling in Amsterdam van 1883. Een beschamend hoofdstuk uit onze geschiedenis, dat ik in de moderne wereld niet graag voortgezet zie.

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Thailand

2 Reacties op “Mensen kijken in Thailand

  1. Bij een van die long neck dames heb ik in 2008 een dasje en een fragiel uitziend tasje gekocht, eigenlijk alleen omdat de verkoop zowat hun enige bron van inkomsten is, maar die spullen zijn van een werkelijk zo denderende kwaliteit dat ze nu nog altijd dienstdoen en nog steeds mooi zijn.
    In het noorden woonden we een muziekavond bij waar Birmezen de meest afgrijselijke muziek maakten die ik ooit gehoord heb. Kennelijk een acquired taste, maar ik begin er niet aan.

  2. Bob

    Mooie vakanties houd je!

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s