Twee zielen, ach!

Wie ben ik? Nou, ik natuurlijk. Daar moet je niet over zeuren, anders heb je voor je het weet een ‘identiteit’, zoals indertijd die Bosnische Serviërs. Die zijn daar ook niet gelukkiger van geworden. ‘Zoo ik iets ben, ben ik een Hagenaar,’ zei Louis Couperus. Zo ik iets ben, ben ik een Europeaan, und das ist gut so.

Dat neemt niet weg dat ik steeds meer last heb van tweetaligheid. Mijn Nederlandse moedertaal beheerste ik vroeger, ongelogen, erg goed. Na nunmehr zeventien jaar in Duitsland is dat minder geworden. Mijn Duits is natuurlijk beter geworden, maar nooit helemaal goed. Pogingen om in het Duits te publiceren heb ik opgegeven omdat het resultaat zo schraal werd. Naamvalsuitgangen, syntaxfouten en af en toe een verkeerd woord kan iemand wel even verbeteren, maar armelijkheid niet.

Sinds enkele jaren voer ik een bloek over Arabische en islamitische onderwerpen. Eerst alleen in het Nederlands, daarna ook in het Duits. Ik had daar geen literaire oogmerken mee, lette niet op de taal maar wilde bepaalde inhouden overbrengen. De Duitse versie werd vluchtig door iemand op fouten gecorrigeerd en dan de wereld in gestuurd. Het tijdschrift zenith neemt er regelmatig artikelen uit over; die worden dan nog een beetje in journalistieke zin geredigeerd.

Tegenwoordig heb ik een echte redacteur of Lektor die zich met het Duits bemoeit; een vakman. Hij is streng voor me, en daar ben ik erg blij mee. Niet alleen taal-, spel- en typfouten vist hij eruit; hij gaat — op mijn verzoek en voor zijn plezier — ook in op de inhoud en de manier waarop deze is gepresenteerd. We zijn goede vrienden; hoewel de discussie soms hoog oploopt is de stemming altijd positief.

Mijn studenten wenden na drie maanden gniffelen wel aan mijn Duits en gingen het waarderen. Tolerant tegenover taalfouten waren ze altijd wel, dat was het probleem niet. Maar wat hen altijd opviel waren mijn ironie, sarcasme en laconisme. Dat vond ik maar twijfelachtige commentaren, want zo wilde ik helemaal niet spreken of schrijven. Ook de opmerking van een collega, jaren geleden: ‘Je Duits is goed, maar je hebt natuurlijk wel je eigen stijl,’ vond ik niet prettig. Let op het ‘maar’! Ik héb geen eigen stijl in het Duits, en tien jaar geleden had ik er zeker geen. Wat voor mijn ironie of eigen stijl gehouden wordt is dus mijn Hollandsheid, zijn mijn stijl- of registerfouten in het Duits. Ik wil niet stiekem uitgelachen maar zeker ook niet gewaardeerd worden op grond van mijn exoot-zijn.

Ironie en sarcasme zitten blijkbaar ingebakken in het Nederlands; het Engels heeft er nog veel meer van. In Engeland kun je een uur converseren zonder een moment ‘serieus’ te worden. Toch kan zo’n gesprek onderliggend best een waardevolle inhoud hebben.

Kan die ironie niet weg uit mijn teksten dan? O ja, als ik alle wenken van mijn nieuwe redacteur opvolg is zij er zo uit. Maar dan krijg ik weer het gevoel dat ‘ik’ het niet geschreven heb — wie ik ook moge zijn.

En als ik Duits schrijf ben ik toch al veel serieuzer dan in het Nederlands! Daarop heeft Bob laatst  gewezen. Hij zag het al na een paar zinnen, wat knap is; hij is ook tweetalig. Met dit onderwerp ben ik nog niet klaar; misschien ga ik de volgende keer gewoon een aantal voorbeeldzinnen behandelen.

21 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Nederland, Persoonlijk, Taal

21 Reacties op “Twee zielen, ach!

  1. Wie oft habe ich mir das vom „eigenen Stil“ anhören müssen. Selbst zurück in Deutschland war man sich lange nicht sicher, ob ich wirklich Deutscher bin. Na ja, es gab damals keine Handys (schreibt man das so?) und kein Internet, mit denen man heutzutage ständigen Kontakt zur Heimat halten kann – was aber auch nur Surrogat ist, nichts Echtes und Vollwertiges.

    Dass sowohl Medium als auch Gesprächspartner Teil der message sind und dass Mehrsprachige je nach Sprache anderes sagen und die Welt völlig anders darstellen, ist immer wieder nachgewiesen worden. Und das hat nicht einmal nur etwas mit den verschiedenen Sprachen zu tun. Selbst Einsprachige sprechen in verschiedenen Situationen und mit verschiedenen Leuten total unterschiedlich und beherrschen im Schnitt etwa 50 klar unterscheidbare „Soziolekte“ für Gespräche mit ihren Partnern, Kindern, Geschwistern, Freunden, fremden Kindern, Kollegen, Vorgesetzten, Skatbrüdern, Parteigenossen,…, ganz zu schweigen von Liebesbriefen, Amtsschreiben, Internetchats…

    Ironie, Humor, Ernsthaftigkeit usw. sind nicht in allen Lebenslagen und bei jedem Gesprächspartner gleichermaßen angemessen, und Fettnäpfchen stehen überall bereit.

    Euch beiden Europäern alles Gute!

  2. Als mensen een taal alleen beheersen via een opleiding en wenig ervaring hebben in een land waar de taal gesproken wordt, dan valt me op dat ze bij het spreken vaak een totaal ander mens kunnen zijn. Denk aan een hogere toon en/of veel officiëler. Ik hoor dat direct en kan er niet goed tegen. Het klinkt onecht. Omgekeerd gaat het ook niet als je teveel vasthoudt aan je eigen Nederlandse manier van spreken. Het zal om een tussenweg vragen, waarbij je jezelf accepteert en anderen niet irriteert. Ik hoef gelukkig nooit in het Duits te schrijven en met spreken gaat het behoorlijk goed. Vaak duurt het even en dan komt de vraag of ik een Zwitser ben. Ik zeg ook vaak meteen dat ik Nederlander en en dan kunnen ze daar in elk geval niet over zeuren. Het lukt me goed om geintjes te maken die goed worden opgepikt. Soms valt er wel eens eentje verkeerd, maar dat heb ik ook zo (en misschien wel vaker) met mensen uit Den Haag of Limburg. In het Engels lukt het me nog beter, maar dan vooral met mensen in Noord-Engeland, Canada, Ierland en de USA. Met Zuid-Engelsen heb ik meer moeite.

  3. Voor mij is dit nog nieuw, ik had er althans nog nooit over nagedacht. Als je schrijft voor het internet weet je niet welk sociolect je moet opzetten. De BBC weet het trouwens ook niet meer.

  4. Ximaar, ich glaube, der Unterschied ist der: du bist als Tourist mit dem Fahrrad unterwegs und sagst deinen flüchtigen Reisebekanntschaften, du bist Niederländer. Emigrant ist expat in einem früher einmal fremden Land und sagt, er ist Europäer. Zwar ist er Niederländer, aber eben auch Deutscher. (Der Pass spielt dafür keine Rolle. Mit der Zeit geht viel Niederländisches verloren und das ganze Verhalten, der ganze Mensch ist deutsch durchsetzt: Sprache, Gestik, Denken. Und dann sind da natürlich die Menschen, zu denen er Beziehungen aufgebaut hat: Freunde, Geliebte, Ex-Kollegen, Nachbarn,…)

    Emigrant schreibt sehr treffend: „und das ist gut so“*, nämlich sich Europäer nennen zu können; hoffentlich zerfällt die EU nicht bald. Es gab Zeiten, da habe ich mir in meinen Tagträumen gewünscht, dass Europa und China zueinander finden. Manchmal komme ich auf die verrücktesten Ideen, und diese Idee hat sicher mit der Sehnsucht zu tun, meine Seelen zu einer einzigen zusammenwachsen zu lassen. Immer noch sage und schreibe ich gern Eurasien – das zeigt, dass wir eigentlich zusammen gehören, was die Perser schon vor über 2000 Jahren wussten.

    __________________
    *Das waren die Worte des Berliner Regierenden Bürgermeisters Klaus Wowereit, als er sich als gay geoutet hat.

  5. Mijn Duitse collega vertelde mij deze week dat hij nu een achterstand heeft in de moderne taal en de nieuwe woorden van zijn moedertaal.
    Terwijl ik juist telkens weer verbaasd ben over zijn Nederlandse taalvaardigheid.
    Maar ik begrijp wat je bedoelt, jezelf in een andere taal verstaanbaar maken is nog niet spelen met een andere taal.

    Vriendelijke groet,

  6. @Charlie: Ik wilde alleen aangeven dat ik snel zeg dat ik een Nederlander ben, omdat ik niet wil dat een gesprek daar over gaat. Ben je er sneller van af.

    Zich Nederlander of Europeaan voelen is iets heel anders. Bij Europeaan kan ik me niets voorstellen. Ik zal niet tegen een Canadees of Japanner zeggen dat ik Europeaan ben of ook maar uit Europa kom. Dan wordt het toch snel Nederlander uit Nederland. Ik voel me ook meer een wereldburger dan een Europeaan. Komt ook omdat ik met Europeaan niet weet of men het werelddeel Europa, de Europese Unie of de Eurozone bedoelt. En bovenal ben ik toch een Westfries en zeker geen Noord-Hollander. Als ik iemand in het buitenland met een Westfries accent hoor, dan nodigt dat uit om er iets van te zeggen. Als ik Amsterdams hoor is dat bijvoorbeeld niet zo.

    Het klopt dat Emigrant al erg lang in Duitsland woont. Zelf zou ik dan waarschijnlijk na een half jaar al moeite hebben met de Nederlandse taal. Ik merkte dat met 4 maanden Canada, waar ik alleen Engels sprak. Komt omdat ik immer alleen op pad ga en dan kan je niet terugvallen op vrienden om in een hotel of op de camping Nederlands mee te spreken. Inmiddels heb ik een paar honderd fietsdagen in Duitsland doorgebracht. In het begin vond ik dat qua taal en communiceren lastiger als de laatste jaren. Ik knoop veel sneller met een ‘wildvreemde’ een gesprek aan. Hier in de stad doe ik dat ook, dus waarom niet in het buitenland?

  7. @Ximaar: Ich habe auf meinen Radtouren auch ständig Wildfremde angesprochen und dabei sehr viel über die Menschen und Orte gelernt. Fast immer und überall sind die Leute freundlich und finden es interessant, sich mit einen Ausländer auszutauschen und ihren Horizont erweitern zu können. Ich bin sogar öfters zum Essen und klönen eingeladen worden und durfte exotische Wohnungen von innen sehen. Du merkst: ich liebe es, ohne festen Zeitplan zu reisen.

    Nordamerikanern sage ich übrigens gern, dass ich aus “Mainland Europe” komme, und nicht wenige sind damit sogar zufrieden. Es wissen sowieso nicht alle, wo genau D, NL und GB liegen, und vielleicht sind einige sogar froh, so eine Antwort zu kriegen. Ostasiaten kennen sich auf der Weltkarte aber meistens gut aus; die üben, üben und üben so lange, bis der Schulstoff wirklich „sitzt“, denn das sind sie nach konfuzianischer Tradition 1. dem Lehrer und 2. der Familie schuldig. Vielleicht ist dir in Taiwan aufgefallen, dass viele in der Öffentlichkeit Bücher studieren und sich bilden.

    Ich finde es unnötig, exakt zu bestimmen, wer sich Europäer nennen darf und wer nicht. Überleg mal: Wer ist ein Westfriese? Ein Bürger der Provinz Westfriesland? Ein Anghöriger des Volks der Westfriesen? Müssen beide Eltern Friesen sein oder reicht Mama óder Papa? Ist vielleicht ein Sprecher der westfriesischen Sprache ein Westfriese? Und wie gut muss der die Sprache beherrschen?… Da soll doch jeder für sich selbst entscheiden, wo er sich zugehörig fühlt. — Ich hoffe, ihr Westfriesen macht regen Gebrauch von eurer Sprache – das Sprachgebiet, das einmal bis Amsterdam reichte, ist ja schon ziemlich zusammengeschrumpft; bei den Nordfriesen und erst recht bei den Saterfriesen in Deutschland ist es aber noch viel schlimmer gekommen. (Ostfriesen sind keine echten Friesen, sondern Niedersachsen, die vor vielen Jahrhunderten einfach Sachsen genannt wurden und wie die dänischen Angeln nach Britannien gefahren sind…)

  8. Ich sehe gerade, dass ich „Provinz Westfriesland“ geschrieben habe. Vergiss das „West“. Sorry.

  9. @Charlie: Westfriesland is in Noord-Holland tussen Alkmaar-Schagen-Medemblik-Enkhuizen en Hoorn. (Binnen de Westfriese Omringdijk.) Heeft niets met Friesland of het Fries waar ik niets van versta. Dialect wordt alleen in de kleinere dorpen gesproken. De grap is alleen dat mensen het niet kunnen verbergen, vandaar dat ik het een accent noemde. Zaans ligt overigens ook dicht tegen het Westfries. En het meest kenmerkende is dat we net als in het Engels ‘ge’ weglaten bij een voltooid deelwoord. Ostfriesen kan ik overigens veel beter verstaan dan de Friezen uit de provincie Fryslân.

    40 jaar terug zijn er veel Amsterdammeers naar Westfriesland gevlucht omdat daar de woningen stukken goedkoper waren. Vervolgens bleven ze wel in Amsterdam werken, wat nog altijd de reden van de files is. Die mensen hebben zich nooit aangepast en pik je er moeiteloos uit op hun Amsterdamse accent.

  10. @Ximaar: Das mit der Provinz hatte ich schon gleich nach dem Absenden bemerkt und mich dafür entschuldigt, dass ich Provinz Westfriesland geschrieben hatte.

    Die Angelegenheit ist deshalb ziemlich verwirrend, weil Westfriesisch ein deutsch-niederländischer falscher Freund ist: die Westfriesische Sprache ist das, was auf Niederländisch Westerlauwers Fries (oder kurz: Fries) heißt, und mit dem Volk ist es entsprechend. Das kommt daher, dass für Deutsche die Friesen Völker in Schleswig-Holstein und Niedersachsen sind, oder zumindest auch sind, und nicht in erster Linie die Friesen der Niederlande. So eine Verwirrung ist bei Völkernamen ziemlich häufig, vgl. meine Bemerkung zu den Niedersachsen, die einfach Sachsen hießen, als es die heutigen Sachsen noch gar nicht als Stamm germanischer Zunge gab. Mit den Türken, den Franken und den Bayern verhält es sich ähnlich; Germanisten machen schriftlich einen Unterschied zwischen bayrisch und bairisch: bei bairisch gehören die Österreicher dazu, natürlich auch die in Italien und Slowenien beheimateten. (Für die aus der Äußeren Mongolei stammenden Türken gibt es z.B. im Chinesischen zwei grundverschiedene Wörter, so dass man sofort erkennt, ob nur Türkeitürken gemeint sind oder auch Bulgaro-Türken, Kasachen, Uiguren usw.; ein drittes Wort bezieht sich auf Osmanen.)

    Bei Licht betrachtet war ich geistig einfach nicht auf der Höhe, als ich das geschrieben hatte, denn in all den von dir aufgezählten Städten bin ich mehrmals gewesen und wusste eigentlich schon, dass die Gegend West-Friesland heißt, wusste außerdem, dass du meistens über die Gegend von Alkmaar blogst – und trotzdem: ich habe mich von diesem falschen Freund verleiten lassen. Deutsche Politiker würden so etwas einen „Blackout“ nennen, aber ich frage mich eher: Bist du wirklich schon so alt? — Viel schlimmer ist für mich meine zunehmende Vergesslichkeit im Alltag, die ist manchmal fast unerträglich. But that’s a different story.

    Nachwort
    Auf dem ersten Blick scheint das alles wenig mit dem Blog-Thema zu tun zu haben, doch mein Gefühl ist, dass im Lauf der Geschichte unzählige niederländische Friesen, Bulgaro-Türken usw. eine eindeutige kulturelle Identität vermisst haben. Man könnte das eine systemimmanente Identitätskrise nennen. (Ob ich deshalb angefangen habe, alles durcheinander zu werfen? Könnte zwar sein, aber ich weiß es nicht.)

  11. @Charlie: Deutsch durchsetzte Gestik: Ja, dat klopt. Ik heb eens een Duitse vriend mee naar Nederland genomen en samen hebben we een feestje bij vrienden van mij bezocht. Volgens hem gedroeg ik me daar heel anders dan in Duitsland, en hij doelde vooral op mijn gebaren. Levendiger en raumgreifender schijn ik geweest te zijn.

    @Ximaar: Mij identificeren met een stad of landstreek zou ik nooit kunnen, omdat mijn leven al in de peuterjaren gefragmenteerd was. Door mijn latere levensloop is dat nog toegenomen. Ik ben dus niet Europeaan uit vrije keus maar uit noodzaak.
    Ik heb eens een vrouw gekend die een islamitische voornaam had, maar ook altijd een joekel van een kruis om haar hals droeg. Toen ik haar beter leerde kennen merkte ik dat zij volstrekt areligieus was en op een dag durfde ik naar dat kruis te vragen. De oplossing bleek eenvoudig: zij wilde geen gedonder met haar ex-landgenoten van diverse pluimage. Ze beschouwde zich zelf als Joegoslavisch en kon ook niets anders zijn. Ze stamde namelijk uit een gemengde familie en uit de tijd dat Joegoslavië nog niet verbrijzeld was. Europeaan mocht zij niet zijn: ze moest naar het Servische consulaat voor een nieuwe pas en had een hoop narigheid om een verblijfsvergunning in Duitsland te krijgen en te houden.
    Ik hoop vurig, een verbrijzeld Europa niet meer mee te hoeven maken.

  12. Ich habe mich immer gefragt, warum im Sprachunterricht nicht auch Gestik gelehrt wird. Die trägt doch die halbe message, und manchmal die ganze. Und außerdem: Worten, die mit der Gesten in Widerspruch geraten, glaubt man nicht.

    Wenn du schreibst, dass deine holländische Gestik lebhafter und raum·greifender ist als deine deutsche, frage ich mich, ob das nicht auch für die Worte gilt. Die Ausdruckssysteme völlig getrennt zu sehen ist doch vielleicht eher ein akademischer Fehler, der auf der Verschriftlichung nur eines Teils des Ganzen beruht. (Icons, Smileys und die in Japan gebräuchlichen Emoticons könnte man als populären Versuch sehen, diese Trennung zu überwinden. Oder als Rückfall in ein hieroglyphisches Zeitalter.)

  13. Ja, bestimmt, ich bin doch am meisten Holländer. Ich würde vielleicht auch wieder in Holland wohnen wollen, wäre es nicht, dass politische Entwicklungen und meine finanzielle Lage das unmöglich machen. Nun, so schlimm wie bei der Jugoslawin ist es noch nicht. Europa lindert Schmerzen.

    Es erwies sich in Griechenland für mich unmöglich oder wenigstens sehr gefährlich Auto zu fahren, bevor ich nicht die örtliche Gebärdensprache erlernt hatte.

  14. Zelf gebaar ik doorgaans veel en doe dat ook als ik Duits of Engels spreek. Ik ben er wel eens op gewezen en heb er dan ook een tijd op gelet. in Taiwan was ik er maar wat blij mee. Chinees spreken vond ik vrijwel onmogelijk en met gebaren heb ik taxi-chauffeurs dagelijks naar de goede bestemming gedirigeerd. Wel heb ik mijn gebaren moeten aanpassen, aangezien zij veel gebaren anders uitleggen. Zo wilde ik dat de taxi de volgende afslag rechts moest nemen en stak mijn rechterhand uit. Ik hing op dat moment in de gordel omdat dat gebaar duidelijk betekende dat er gestopt moest worden of dat ik er meteen uit wilde. Daarna gebruikte ik een vloeiendere beweging en dat werkte uitstekend.

    (Om nog wat verder af te dwalen:) Ik ben een voorstander van een vak communicatie op basis- of middelbare school, waarbij ook gebaren (welke effecten hebben ze) en keuzes voor bijvoorbeeld telefoneren of schrijven/mailen/sms-en worden doorgenomen, maar ook hoe talen in Europa een gazamelijke oorsprongen hebben.

    Ik vermoed overigens dat uitbundige gebaren meer gebruikt worden in dichtbevolkte gebieden en minder in gehuchten. In een gehucht is minder inspanning nodig om de aandacht te krijgen en vast te houden. Dit schiet me net te binnen en ik zal er eens op letten.

  15. Gebaren zijn voor slechthorenden en doven erg verwarrend. Maar gebaren zijn ook plaats, taal en cultuur gebonden..
    Zoals een taal veel diepere lagen heeft zo heeft het non-verbale ook weer een eigen dynamiek en “vocabulair”.
    Vriendelijke groet,.

  16. Bob

    Ja, die tweetaligheid, he. Bij het spreken is het nog wel aardig. Ik kan bijvoorbeeld in mijn nieuwe taal sommige dingen beter uitdrukken dan ik ooit kom in het Nederlands. Maar schrijven is andere koek. En dan nog eens broodschrijven, dat is de overtreffende trap.
    Wanneer een academicus als jij daar al problemen mee heeft, dan duidt dat erop dat men niet zonder meer zo een overstap zou moeten maken. Waarschijnlijk zijn we als Nederlanders te arrogant wanneer we denken dat we vreemde talen zo goed beheersen dat we zonder professionele hulp in het nieuwe land kunnen wonen en werken. We hadden waarschijnlijk een of andere taal of schrijfcursus(-sen) moeten volgen. A propos; daarvoor is natuurlijk nooit te laat. Misschien een idee?

  17. @Emigrant: Je argumentatie vertoont enkele intrigerende stappen. Van ‘Europeaan’ tot ‘doch am meisten Holländer’. Wie geen Nederlander – wat dat dan ook moge zijn – wil zijn, meet zich gauw een grotere geografisch bepaalde identiteit aan, Europeaan of zelfs kosmopoliet. Verbloemt dit niet de individuele beweegredenen om dat te doen? Reden zou kunnen zijn dat je je arsenaal aan vermeende, grotere karakteristieken vergroot om daar voor definiëring van je individu uit te kunnen putten (de Engels/Nederlandse ironie (in de reacties: arrogant), de Duitse sober- en gedegenheid, etc.). Socioloog Pierre Bourdieu vangt dit in het begrip ‘habitus’ (in La distinction. Critique sociale du jugement). De vraag ‘Wie ben ik’ kan m.i. ook alleen met sociaal-culturele aspecten bepaald vanuit het individu worden beantwoord; nationaliteit is een factor, maar toch secundair.

    @Charlie @ Ximaar: De gang van zaken op het in 1937 in Medemblik gehouden Groot-Friese Congres is illustratief voor het problematische begrip ‘Fries’. De Friezen (prov. Friesland) spraken er Nederlands met de West-Friezen (prov. Noord-Holland), de Friezen onderling Fries, met de Ostfriesen werd door beide groepen in het Duits geconverseerd. De vertegenwoordigers van Groningen en Ostfriesland lieten bovendien nadrukkelijk weten dat zij natuurlijk géén Friezen waren, maar van ‘Chaukisch-Saksische’ afstamming… Toch had een ieder kennelijk – meer particuliere – redenen om vertegenwoordigd te zijn op het Great Frysk Kongres.

    De arts G.C. van Balen Blanken, voorzitter van Historisch Genootschap Oud West-Friesland, moet nippend aan een borrel hebben opgemerkt: ‘Wat een verwantschap, wat een verwantschap! Wat een lof van de verwantschap; jammer, dat ze elkaar zo slecht konden verstaan.’

  18. Ach, nu had ik toch weer in het Duits teruggeschreven. Ik had haast, vandaar.
    Wie ben ik? Ik heb de vraag weliswaar zelf opgeworpen, maar ik wil er toch niet zo’n enorm probleem van maken als ik vele Arabieren heb zien doen. Als ik maar zo’n beetje weet hoe dat nou verder moet met schrijven.

    Mijn beheersing van de Nederlandse taal is naar mijn gevoel de hoofdreden dat ik nog Nederlander ben en blijf. Ik kan daar niet van weg omdat ik, schoon polyglot, andere talen toch minder goed ken. Een Nederlander hoef ik immers slechts drie woorden te horen zeggen in het voorbijgaan en ik weet of hij katholiek is of protestants, tot welke stand hij behoort en welke krant hij leest. Goed, dit is iets overdreven, maar in andere talen lukt dat helemaal niet, of hoogstens gebrekkig in het Brits-Engels.

    Maar het gevoel dat Nederland te klein was en dat we eruit wilden hadden we allemaal in mijn schoolklas, toen we zo’n veertien, vijftien waren. We kozen vrijwel allemaal oriëntatiepunten in het buitenland. De meesten USA of Frankrijk; ik was in de minderheid met aanvankelijk Engeland en zeker later, met het toen nog gehate Duitsland. Op die leeftijd had ik nog in geen enkel buitenland gewoond. Hoe zou dat in Luxemburg of Slowenië zijn?

    Een taalcursus: Toen ik naar Frankfort kwam was een van mijn eerste handelingen naar een cursus Duits informeren. Men zei mij echter dat er voor mijn niveau geen cursussen bestonden. En al gauw kreeg ik het druk en steenkoolde maar een eind weg.

  19. Ja, ich glaube auch, das wir Gefangene unserer früh erworbenen Sprachen sind, und je besser wir sie beherrschen, desto so mehr, weil uns dann jede später erworbene Sprache im Vergleich immer ein Gefühl unzulänglicher Beherrschung bereitet. Selig sind die einfachen Geistes.

    Es wäre angesichts dessen schön, wenn wir in Europa eine überall unterrichtete und benutzte Sprache einführen würden; es sollte jedoch keine Nation bevorzugt oder benachteiligt werden. Von den großen Sprachen mit genügend Sprechern, um in wenigen Jahren zigtausend Lehrer nach Europa entsenden zu können, steht Indonesisch in dem Ruf, die einfachste zu sein – leicht auszusprechen, flexionslos, extrem regelmäßig in Grammatik und Schrift. Für uns kommt das zu spät, aber hunderte Millionen nach uns könnten davon profitieren.

  20. Ik had Indonesisch als bijvak. Voor gevorderden is het ook niet zo makkelijk, juist door het gebrek aan redundantie, en er is nog geen overtuigende, grote literatuur in.
    Maar de Europeanen zullen het toch niet willen. Ik zou overigens Latijn wel zo elegant vinden.

  21. Elegant ja, und für eine europäische Sprache sehr konzis. Aber kein Italiener kann Latein mit englischem Akzent verstehen. Und die meisten anderen auch nicht.
    Letztlich ist es glaube ich egal, welche Sprache gewählt wird; auch Esperanto lässt sich nicht nach einem Jahr perfekt beherrschen. Wichtig ist allein: Wir tun unseren Nachlebenden Gutes, wenn wir flächendeckend irgendeine Sprache in Benutzung bringen, so wie z.B. Indien und Indonesien das getan haben.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s