Bij Couperus, ‘De Stille kracht’ 5 (slot)

Hormat

De Javaanse vorsten hadden vanouds aanspraak op hormat: eerbiedig, ja letterlijk kruiperig gedrag van hun onderdanen. Er werd een gouden parasol (payong, vroeger: pajong) boven hen opgehouden, zij werden toegesproken in een taal die speciaal voor communicatie van laag naar hoog diende, en de onderdanen stonden of zaten niet in het bijzijn van de vorst, maar hurkten of knielden neer en bewogen zich eveneens laag over de grond.
Wie ooit een Aziatische vechtsport heeft beoefend weet dat knielopen en loophurken niet zo makkelijk is. Het moet moeizaam geleerd worden, het beste van jongs af aan. En achteruit kruipen moet je ook kunnen; het zou immers geen pas geven je om te draaien en de Hooggeplaatste Persoon je rug en achterwerk toe te keren. Het zal bij de nieuwe verfilming van De stille kracht nog niet meevallen acteurs te vinden die dat goed kunnen.
Ook bij het serveren van spijs en drank kroop het huispersoneel. Ten huize van Couperus’ regent ging het zo:

De Raden-Ajoe Pangéran […] zeide niets, maar zij wenkte een volgeling. En op nieuw verschenen kruiphurkend de vier bedienden, bereidden een tweede glas whiskey-soda.1

Er is gewoon twee maal zoveel personeel nodig wanneer het in zo’n onpraktische houding moet werken.
Op de rijke plantage Patjaram, waar veel ‘Solosche manieren’ waren ingeslopen, heersen hof-achtige tradities:

[…] en verwant voelde zij [Doddy] zich aan al die kleine tradities: de sambal, gestampt en gewreven door een hurkende baboe achter haar stoel, terwijl zij rijsttafelde, was haar het hoogste van verhemelte-genot; de races te Ngadjiwa, bijgewoond door de loome lengang-lengang-stoet van al die vrouwen, met de baboes achter zich, dragende zakdoek, flacon, binocle, was haar het non-plus-ultra van elegance.2

Zelf zou ik mijn eten juist minder lekker vinden als er achter mijn stoel personeel op de grond hurkte.
In De stille kracht wordt duidelijk dat de Javaanse vorsten en regenten zekere gedragingen en uiterlijkheden hadden overgenomen van de Europeanen. Het omgekeerde was echter ook het geval. Resident Van Oudijck liet zijn tuin doen door twaalf dwangarbeiders—wat misschien niet toevallig herinnert aan Multatuli’s regent, die zijn gazon geheel onbezoldigd door onderdanen  liet bijknippen.
PSIjthoffResidentSemarang1904Ook de gouden payong behoorde tot de kentekenen der residentiële waardigheid:

De hoofdoppasser zat op den bok naast den koetsier en hield tegen zijn heup de groote gouden pajong, symbool van het gezag.3

En gekropen worden moest er voor de blanke heer evengoed:

De hoofdoppasser, steeds in krommende knieën van zich eerbiedig krimpen in elkaâr, scharrelde even door de kamer en bood hurkende aan de klein-uniformpet, en een wandelstok.4

Probeert u dat zelf maar eens!

De rezident ontmoette niemand; nu en dan kwam echter een enkele Javaan, zich donker bewegende, even uit de schaduw, en dan zwaaide de oppasser achter zijn heer met veel ostentatie de gloeiende punt van zijn vuurtouw. Meestal begreep de Javaan, en maakte zich klein, en kromp in-een aan den rand van den weg, en ging als loophurkende voorbij. Een enkelen keer, onwetend, pas uit zijn dessa, begreep hij niet, liep angstig voorbij, zag angstig naar den oppasser, die maar zwaaide en zwaaide, en hem, in het voorbijgaan, achter den rug van zijn meester een vloek toeduwde, omdat hij – de dessa-kerel – geen manieren had.5

Het moet een koddig gezicht geweest zijn: zo’n plompe man, zwetend in een uniformjas tussen de nietswaardige aardwormen. De regentendochter R. A. Kartini schreef daarover:

O, godheid, wist gij maar, hoe de menigte, die nu eerbiedig voor de schitterende zonnescherm terzijde blijft, u straks achter uw rug uitlacht.6

De hormat-circulaire van 1904 maakte er een eind aan. Aan het hormat-gedoe jegens Nederlandse bestuursambtenaren bedoel ik; niet aan het uitlachen natuurlijk.

NOTEN
SK = Louis Couperus, De stille kracht (Volledige Werken Louis Couperus 17), Utrecht/Antwerpen 1989. De roman is ook online te lezen.
1. SK 131.
2. SK 203.
3. SK 37.
4. SK 7.
5. SK 8.
6. Geciteerd in Insulinde. Schetsen van Land en volk van Nederlandsch O.-Indië enz., Groningen 1924, blz. 21.

2 reacties

Opgeslagen onder Fictie, Nederland, Ostwestliches

2 Reacties op “Bij Couperus, ‘De Stille kracht’ 5 (slot)

  1. Ik ben onder de indruk van de gedegenheid waarmee je Indische zeden en gewoonten aan de hand van passages uit de “Stille kracht” aan ons nog steeds niet-wetenden hebt verduidelijkt. Mijn hoed diep er voor af, hoor!

  2. Danke für die Blumen.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s