Bij Couperus, ‘De Stille kracht’ 2

Pimp your princes

Bij de lezing van de roman heb ik de zinnelijkheid, de ontucht en de magie ditmaal laten liggen, maar me geconcentreerd op de dualistische bestuursstructuur van Indië, en hoe die schrijnde.
Nederland is klein, Indië was zeer groot. Hoe zo’n land te regeren met een handjevol Nederlanders? Welnu, men liet de inlandse vorsten en sultans gewoon verder regeren, feodaal zoals zij altijd hadden gedaan, maar sinds 1815 zonder elkaar te beoorlogen en in totale afhankelijkheid en in dienst van het Nederlands gezag. Een soort outsourcing dus. Dat spaarde ambtenaren, en de verwachting zal ook geweest zijn dat de bevolking de buitenlandse overheersing beter zou verdragen als het vooral met zijn eigen heersers te doen kreeg.
De meeste heersers waren of werden van hun vorstelijke status beroofd en heetten voortaan regenten. Een bekende uitzondering waren de vorsten in de zog. vorstenlanden op Midden-Java: Jogjakarta en Solo, die ook een aanzienlijke hofstaat behielden. Naast de regenten en de vorsten stond een modern Europees bestuur; naast iedere regent een resident of assistent-resident, die geacht werd de ‘oudere broeder’ van de regent te zijn. De resident gaf welgemeende aanbevelingen, die natuurlijk gehoorzaamd dienden te worden. Iedere assistent-resident had een controleur onder zich, die door het gebied reisde om te controleren of de regenten wel behoorlijk regeerden en of de rechtspraak correct verliep, en die ook klachten uit de bevolking aanhoorde.
De wrijving tussen Nederland en Indië wordt in De Stille kracht belichaamd tussen de Hollands-degelijke ambtenaren van het binnenlands bestuur en de inheemse regenten anderzijds. Met de oude regent van Laboewangi had resident van Oudijck goed samengewerkt, maar diens wrokkende zoon was een mysterie voor hem, en zijn broer, de regent van een district verderop, was zelfs onmogelijk: een speler, een drinker, iemand die zich in het openbaar te schande maakte; en dat terwijl Nederland juist zo graag het decorum van de inlandse regenten bevorderde.
Hoe toonbaar waren deze (ex-)vorsten en hun paleizen? Nu de regenten en de inlandse vorsten in het Nederlands gezag waren ingelijfd, ja Nederlandse ambtenaren waren, was het niet aanvaardbaar dat zij hun uiterlijk, hun paleizen of hun gedrag lieten verflodderen, of de salarissen van hun personeel over de balk gooiden. Het was al erg genoeg dat zij feodale manieren hadden en polygaam waren. Tegen het einde van de negentiende eeuw stelde Nederland blijkbaar geld en adviseurs ter beschikking om die inheemse elite wat op te peppen en te verfraaien.
De tegenspeler van van Oudijck wordt door Couperus alsvolgt beschreven:

De Regent van Laboewangi, Raden Adipati Soerio Soenario was nog jong, even dertig jaar, een fijn Javaansch gezicht als van een laatdunkende wajangpop, met een klein kneveltje, waaraan zorgvuldige puntjes gedraaid, en vooral een staarblik, die trof: een blik als in een voortdurende transe, een blik als peilende door de zichtbare werkelijkheid en ziende door ze heen, een blik uit ogen als kolen, soms dof en moê, soms opgloeiende als vonken van extaze en fanatisme. Hij had bij de bevolking—bijna slaafsch gehecht aan hunne Regentenfamilie—een faam van heiligheid en geheimzinnigheid, zonder dat men er ooit het ware van hoorde. Hier, in Eva’s galerij, maakte hij alleen een indruk van popperigheid, van voornamen Indischen prins: alleen zijn transe-oogen verbaasden. De sarong, glad om zijn heupen, viel van voren lang neêr in een bundel van platte regelmatige plooien, die openwaaierden; hij droeg een wit gesteven hemd met diamanten knoopen, en een klein blauw dasje; daarover een blauw laken uniformbuis met gouden uniformknoopen, waarop de gekroonde W.; aan zijn bloote voeten staken zwart verlakte van voren opgepunte muilen; de hoofddoek, zorgvuldig met kleine plooien gekapt om zijn hoofd, gaf aan zijn fijne gezicht iets vrouwelijks […] 1

Dit schreef Couperus in 1899 of 1900. Het is goed denkbaar dat hij deze regent, de ‘jongere broeder’ van zijn zwager Valette, persoonlijk heeft gezien. Ook is denkbaar dat hij een foto van om het even wat voor regent voor zich had. In de Leidse bibliotheek kan men waarschijnlijk vele foto’s van regenten uit die tijd bekijken; in mijn huidige woonplaats kan ik dat niet. Maar het is wel duidelijk dat de regent in zijn uiterlijke verschijning een soort mix is van een Javaan en een Nederlandse ambtenaar. Het gesteven hemd, het dasje, het lakense(!) uniformjasje met de gouden uniformknopen vormen het Nederlandse element. De sarong en de hoofddoek (blangkon) zijn traditioneel Javaans; de gelakte muiltjes weet ik niet, die zouden ook een oriëntalistisch fantasieontwerp kunnen zijn.
Inderdaad is Nederland met de aankleding van de (ex-)vorsten en hun ambiance aan het oriëntaliseren geweest. Het heeft even geduurd voordat het daarin zijn draai gevonden had.

Pakoeboewono IX, 1866

Pakoeboewono 1866

Een van de meest prestigieuze vorsten was en is de sultan van Soerakarta, alias de Soesoehoenan van Solo, op Midden-Java. Op een foto uit 1866 van de beroemde fotografen Woodbury & Page (afb. hierboven) zien we de vorst Pakoeboewono IX met zijn hoofdvrouw in volledig Javaanse dracht. Of er in het jasje, behalve de drie onderscheidingen, nog andere Europese elementen zijn ingeslopen kan ik niet beoordelen. Op het hoofd draagt hij in ieder geval de echt Javaanse blangkon; ook de sarong schijnt in orde.

Pakoeboewono IX – 1870–1

Pakoeboewono IX – 1870–1

Pakoeboewono X – 1870–2

Pakoeboewono IX – 1870–2

Op de twee foto’s uit 1870 hierboven ziet dezelfde vorst er anders uit.  Men heeft hem in Europese kleding gehesen: een normaal burgerkostuum met blangkon, en een militair uniform van hoge rang eveneens met blangkon, terwijl een helm met vederbos op het tafeltje gereed ligt om (daarbovenop?) te worden opgezet. Op weg naar het slagveld? Beide drachten zijn weinig overtuigend. Het Europese bourgeois kostuum staat hem niet, het uniform slaat nergens op en is nogal pijnlijk. De man bezat geen enkele militaire macht; zijn enige leger bestond uit een paar honderd schilderachtig geüniformeerde nepsoldaten voor ceremoniële optochten in en rond het paleis.

ResidentEnSoesoehoenan

Ik spring over naar een foto van zijn zoon: Pakoeboewono X uit 1897. Deze staat hierboven gearmd met resident W. de Vogel. (Zie voor een zittende foto met uitvergrootbare details hier.) De resident ziet eruit als een utilitaristisch ingestelde machtsmens, die zich met enige tegenzin voor de onaangename fotosessie heeft opgesteld. De soesoehoenan schijnt het ook niet zo naar zijn zin te hebben, maar heeft besloten neutraal te kijken. Misschien heeft Couperus deze foto wel  voor ogen gehad toen hij zijn regent beschreef;  als lezer kan ik een associatie met deze beroemde foto in ieder geval niet vermijden. De wajangpop, de staarblik, de laatdunkendheid … .

Tussen 1870 en 1897 moet men in Indië hebben besloten de vorstendommen, voor zover zij er nog toe deden, op te peppen en de paleizen en de vorsten zelf fraaier vorm te geven.
Wat heeft Pakoeboewono X hier op zijn hoofd? Onder de Javaanse hoofddeksels vallen er twee telkens weer op: de bovengenoemde en -getoonde blangkon en de kopiah of songkok: zeg maar een fez; een ding dat ± 1830 uit het Ottomaanse Rijk was komen overwaaien. Je ziet ze vaak stijf, hoog en geornamenteerd bij personen van hoge rang, en in een lossere variant bij allerlei soorten mensen. Op de foto draagt de vorst een minder stijve kopiah met een soort windschermpje erachter. Ik dacht eerst aan een soort fantasieproduct van Europese herkomst, maar nee, een voorvader van hem droeg ook al zo’n ding omstreeks 1835, en toen was het oriëntalisme nog niet zo gevorderd. Dit hoofddeksel kan ik niet duiden.  (Febr. 2013: Maar ik heb nog een poging gewaagd, zie hier.)
De jas van fluweel (bludru) doet sterk aan een Europees rokkostuum denken. Draagt hij daaronder een soort korte broek van dezelfde stof, of loopt de rok door tot de knie en is daaronder alleen een paar kousen? Een korte broek is meer iets voor een lakei of een soldaat; ik  kan me niet voorstellen dat die onder vorsten traditie had. De schoenen lijken even oosters als onbruikbaar. Er zijn maar liefst twee krissen. Het geheel is opgevuld met batik; fantasievol maar ontraditioneel ertussendoor gedrapeerd.
Wie heeft de vorst zo aangekleed? Ik vermoed iemand als de kledingontwerper van de Fransche Opera in Batavia, in opdracht van de Nederlands-Indische regering.

Misschien heeft de Koloniale Tentoonstelling van 1883 in Amsterdam het gezag gestimuleerd zich eens grondig met de ‘vormgeving’ van Indië bezig te houden.

(Dat heb je er nou van, als je zo’n Emigrant pensioneert. Dan gaat hij over dingen mijmeren waar hij geen verstand van heeft. Dit alles is zonder twijfel al lang bestudeerd, maar ik heb hier geen toegang tot een relevante bibliotheek.)

NOOT
1. SK = Louis Couperus, De stille kracht (Volledige Werken Louis Couperus 17), Utrecht/Antwerpen 1989, blz. 49. De roman is ook online te lezen.

10 reacties

Opgeslagen onder Literatur, Nederland, Ostwestliches

10 Reacties op “Bij Couperus, ‘De Stille kracht’ 2

  1. De foto van de soesoehoenan en zijn Nederlandse mentor stond volgens mij ook voorop een boek van Rob Nieuwenhuis. Of was het nou ’t Indische Familiealbum?
    Overigens moet men bij het beoordelen van oude foto’s als deze altijd even in de beschouwing meenemen, dat de poserenden vrij lang in de plooi moesten blijven. Mogelijk dat de soesoehoenan daardoor enigszins arrogant en met staarderige blik overkomt, terwijl hij in werkelijkheid een opgewekte persoon en zeer prettig in de omgang was.

  2. @Groninganus: Ja, de foto is geloof ik uit de collectie van Nieuwenhuys.
    Wat jij zegt versterkt mijn vermoeden dat Couperus ook naar deze foto gekeken heeft, hoewel deze vorst een of twee rangen hoger is dan zijn regent, en de kleding niet geheel dezelfde is.
    De ‘laatdunkendheid’ en de onbenaderbaar hoge adellijkheid van de Javaanse elite en de Hoogjavaanse taal is ook een koloniaal cliché, dat eens te bestuderen is (of al bestudeerd is). Mij interesseert het in samenhang met het oriëntalisme: in hoeverre heeft Nederland zijn eigen Oriënt ontworpen?
    Zou resident de Vogel ook een aardige man zijn geweest? Misschien had hij alleen maar vreselijke jeuk tijdens het poseren en kon hij niet krabben.

  3. Met plezier gelezen en de foto’s nauwgezet bekeken. Het mannetje, de zoon van, op de onderste foto komt op mij nogal verwijfd over. Ik zie diverse sieraden. Aan de rechterhand ringen aan wijs-, ringvinger en pink, en ook aan de linkerhand drie grote ringen met stenen. Dat handje houdt hij ook niet bepaald mannelijk, met dat vingertje omhoog. Dan zie ik oorbellen, kettingen met steentjes (parels?) aan de oren hangen, of hangt het wellicht aan het hoofddeksel. De houding van de voeten, de ene haaks op de andere, alsof hij aan een balletvoorstelling gaat doen. Was dit een normale manier van kleden en was deze houding, aan de arm van de resident gebruikelijk dat je weet, heb je meer soortgelijke foto’s gezien?

  4. Mijn complimenten voor dit doortimmerd stuk dat opnieuw een tipje oplicht van de sluier die voor mij nog altijd over ons Indisch verleden ligt.

  5. ZOuden er ook foto’s bestaan van al die Nederlandse machthebbers met hun veelal jonge en fraai minnaressen? Vast niet. Er werd veel geroemd over de schoonheid van die jonge meiden, de blote borsten van de Balinese danseressen en zo meer. Want het kon ook een stuk platter. De resultaten daarvan zorgden in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen men het vroegere Indische gebied moest ontruimen, voor veel ellende en verdriet.

  6. @Margo: Pakoeboewono X had 40 vrouwen en 70 (bekende) kinderen. Aan zijn mannelijkheid hoeft dus niet getwijfeld te worden.
    Dat hij een iel mannetje was, daar kon hij niets aan doen. Sommige volkeren zijn nu eenmaal robuuster, andere kleiner en fijner gebouwd. Later werd hij overigens nogal gezet.
    Mannelijkheid en vrouwelijkheid worden in verschillende culturen anders gezien en vorm gegeven – of misschien moet ik zeggen ‘werden’, nl. toen het zog. Westen nog niet overal dominant was. Het dragen van juwelen en sieraden werd buiten Europa totaal anders beoordeeld dan bij ons. Vorsten in İstanbul, Teheran, Brits-Indië en de hele rest van Zuid- en Zuidoost-Azië bedolven zich zelf en elkaar onder edelstenen; dat vonden ze sjiek. Nederland speelde al sinds de tijd van de Verenigde Oostindische Compagnie daarop in door onderscheidingen uit te delen met veel juwelen erop; lintjes die wij niet zouden blieven.

    In overdrachtelijke zin is de Javaanse adel wel ontmand. Tijdens de Java-oorlog (1825–1830) had men zich nog mannelijk-militair geweerd, maar die oorlog was verloren. Daarna hadden de vorsten ingezien dat ze tegen de beter getrainde en bewapende jongens van Jan de Witt niet op konden en gingen ze met hen samenwerken, voor zover ze dat niet al deden. In De stille kracht gedraagt de broer van de regent zich op een manier die je mannelijk zou kunnen noemen: hij gokt, zuipt, vloekt en gaat als een wilde tekeer. Hij verstout zich zelfs, zijn bovenlijf te ontbloten: voor Javanen, ook voor edelen, niets bijzonders, voor Nederlanders een gruwel. Met andere woorden: hij vertikt het om het verfijnde poppetje uit te hangen. Van Oudijck straft hem dan ook ongenadig af. Nederland had graag verfijnde Javanen, dan gaven ze geen overlast, zoals bij voorbeeld de rebelse Atjehers dat deden. De vorsten mochten de hele dag understatements in het moeilijk leerbare Hoogjavaans ten gehore brengen en het middelpunt vormen van een dagvullend hofceremonieel met veel muziek en dans.
    200px-COLLECTIE_TROPENMUSEUM_Een_Javaanse_danser_TMnr_60050694 Zonder twijfel zullen de prinsen en prinsessen van kindsbeen aan dansen hebben geleerd, en dan natuurlijk niet de Driekusman of de Weense Wals, maar de hoogcomplexe Javaanse dansen, die qua kunstigheid inderdaad met ballet te vergelijken zijn (bewegende beelden: http://www.youtube.com/watch?v=eN-7OcIszH0). De pink kwam daarbij zeker niet te kort. Leuk, dat jij dat terugziet in zijn houding; daarvoor had ik zelf geen oog gehad.
    Resident en regent arm in arm treft mij niet als abnormaal. Het drukt de ‘broederlijkheid’ uit: de resident geldt als de oudere, de regent als de jongere broer.
    De vorstelijke outfit op de onderste foto is zoals gezegd naar mijn vermoeden noch traditioneel, noch een uiting van persoonlijke smaak, maar een poging van het Nederlandse gezag om de vorsten decoratiever, sprookjesachtiger, ‘oosterser’ te maken.

  7. Weer aan het lezen of ben je weer fysiek van de leg geraakt? Laat ff weten, s.v.p. dan maak ik me daar minder zorgen over…

  8. @Leo: Gisteren en vannacht moest ik volgens afspraak naar het ziekenhuis, voor de finishing touch. Nu is het klaar en kan ik langzamerhand proberen, weer iets van conditie terug te winnen.

  9. OK, goed om te lezen, ik hoop oprecht dat 2013 een veel beter jaar zal worden en dat je nu echt van je pensioen zult kunnen gaan genieten….

  10. Dank je, ik wens jou en je vrouw ook een goed jaar toe.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s