Boeren

In de landelijke omgeving waar ik woon heb ik in de loop der jaren drie boeren leren kennen. Ik ga graag met ze om , want ik waardeer hun manier van leven, bewonder die zelfs.

Ook hier in Midden-Hessen kun je van een kleine boerderij niet meer leven. Alle drie wilden ze echter hun geërfde hoeven niet opgeven en hebben ze een deeltijdbaan erbij genomen. Een Hofladen, waar je eigen producten aan de man brengt, ligt natuurlijk voor de hand; dat is hier heel normaal. Een ander is hulpverlener op een ambulance en heeft ongeregelde diensten. En nummer drie doet aan behangen en stucadoren. Maar voor alle drie is de zin van het leven gelegen in het kleinschalige, traditionele boerenbedrijf, en ze kunnen álles: zowel land- en tuinbouw als veeteelt, inrichting en reparatie van de gebouwen, onderhoud en restauratie van oude werktuigen en ook, vaak in samenwerking met de vrouw, de verwerking en verkoop van hun producten op markten. Als ik me even concentreer op A.: die heeft een paar koeien en twaalf schapen rondlopen. Dat levert kaas en schapenkaas op, en zelf gesponnen wol. Op zijn land verbouwt hij graag vlas, wat resulteert in op het weefgetouw geweven linnen. Ik bedoel linnen zoals mijn grootmoeder in haar uitzet had: spul dat zestig jaar meegaat. Deze mensen houden er niet van dat je een stuk textiel na twee jaar al moet weggooien, en ze hebben ook geen zin om het te verkopen aan de snobbishe elitefirma Manufactum. Het komt gewoon op de markt. Ik heb ook wel eens sokken bij ze laten breien: heerlijk. A. handelt in vee, is overal op markten en is blijkbaar voldoende runderkenner om in het regionale toezichtcomité runderteelt te mogen zitten. Als er even niets te doen is zijn er nog de kippen en de bijenvolkeren. Eieren en honing verkoopt hij natuurlijk ook, en jam van het eigen fruit. En noten. Als er geslacht is komt er zelfgemaakte worst; de hele winter worden de eigen ingevroren karbonaden gegeten, met de eigen aardappels, groentes en compôte. Alles natuurlijk, alles eco, maar zonder gepraat daaromheen. Voor hen spreekt dat vanzelf.

De zin van het leven? Is het juist niet een beetje onzin, zich zo af te sloven terwijl je alles per muisklik voor een deel van de kosten uit een ver land kunt laten komen? En waarom verouderde technieken en eeuwenoude weefgetouwen en al die talloze voorwerpen waarvan U en ik naam noch functie kennen? Omdat zij dat willen, en nog een aantal collega’s dat ook wil, en er voldoende draagvak is in de tamelijk conservatieve samenleving hier. Dát verleent er de zin aan. Hun leven is gericht op het verleden, zou je ze kunnen verwijten, niet op een dynamische toekomst, maar dat is een keus. Zij hebben zware, volle, maar tevredenstellende werkdagen met veel afwisseling. Vergeleken daarmee is bij voorbeeld stucadoren maar een banaal karweitje.

Je kunt deze mensen ook een voorwerp van honderd jaar geleden voorhouden en zij weten meteen welk onderdeel van welk stuk gerei het is, en ook nog hoe het heet, en hoe het drie dorpen verderop heet. Ik denk dat het van belang is dat de kennis van het traditionele boerenvak blijft bestaan. Er kan een dag komen dat het schip uit Argentinië of China niet meer komt, en dat we weer dringend op de kennis en de praktijkervaring van zulke boeren aangewezen zullen zijn.

2 reacties

Opgeslagen onder Dieren, Duitsland, Economie/Wirtschaft, Einkaufen, Eten en drinken

2 Reacties op “Boeren

  1. Ik lees juist nu een boek over een situatie in de tweede w.o. waarbij boeren zichzelf aardig wisten te redden door hun eigen producten te gebruiken voor overleven. De stadsmens was afhankelijk van giften en bedelde of ruilde zich een weg naar een meer dan mager bestaan. Veel slagers deden zwart hun werk, werden steenrijk. Dat was het verhaal dat ik vroeger thuis ook verteld kreeg. Boeren die precies wisten hoe ze het moesten regelen om zichzelf en de familie door lastige tijden heen te krijgen, de stadsmens aan zijn/haar lot overlatend. In tijden van crisis ontdek je wat je mist als je de eigen agrarische sector hebt opgegeven voor verstedelijking en prooductie elders. Meeste mensen hebben geen benul waar vlees vandaan komt, zeker niet als ze nooit buiten hun eigen coconnetje kijken naar het echte leven. Die boeren weten nog hoe het werkt en waar het echt om gaat in het leven. Jammer dat ze door ruilverkaveling en grootschaligheid meestal zijn ingehaald. Megastallen, ophokking, computertijdperk, het deed veel van die mensen veranderen in managers, ondernemers, en minder in ambachtslieden met respect voor de natuur. Net stadsmensen….

  2. Bob

    Volgens mijn zijn dat tevreden, “ausgeglichene”, mensen

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s