Met een sisser

Nadat ik al een week niet lekker was geweest en vrijwel geen eetlust meer had (ontypisch!) ging ik maandag naar de huisarts. Deze keek zorgelijk en regelde een spoedafspraak donderdags bij een interniste. Die maakte echografieën, riep er een collega bij en keek nog ongeruster. Er werd verordend en afgesproken dat ik met spoed naar het Academisch Ziekenhuis in Frankfort moest. Marburg heeft ook zo’n inrichting, maar dat zou voor dit ernstige geval niet goed genoeg zijn.
Ik kon normaal lopen, dus ik had met de trein kunnen gaan, maar ik belde ditmaal liever H., een kennis die van zijn pensioentje niet kan leven en daarom met een taxi rondrijdt.

In dat ziekenhuis binnen te komen was niet zo makkelijk. Bij de Notaufnahme stiet ik op een persoon met de allure van een vijfsterrenhotelportier die een arme sloeber afwijst. Wat ik eigenlijk kwam doen, en of dat in Marburg niet kon? Toch heeft hij de brief die ik bij me had aangenomen en doorgegeven. Tot er een arts vrij kwam mocht ik buiten de hal op een soort vliegveld-achtig zitje plaats nemen. Die arts zag de ernst van de situatie in, ik kreeg een voorlopig bedje en toen begon het wachten, tussen de verkeersslachtoffers en geflipte junks. Van 16.30 tot 23.00 uur; dat was niet prettig natuurlijk, maar achteraf gezien ging alles toch met behoorlijk veel spoed. Om elf uur ‘s avonds werd er een computertomografie gemaakt, ik kreeg een echt bed en om half drie in de nacht(!) verscheen er een arts die mij wekte en uitlegde dat het allemaal nogal meeviel. De aanvankelijk vermoede vreselijke diagnose was niet van toepassing, en met een betrekkelijk kleine ingreep de volgende dag zou ik ervan af zijn.

Toen ik bijkwam uit de narcose heb ik wat gesparteld en enkele luide volzinnen gezegd. Eén daarvan herinner ik mij: Ich weiß auch noch welche, die ich aufschlitzen werde! Ziet u, ook in dit geval geen behoorlijk Hoogduits. Zo ken ik mijzelven niet. Het mesje, hoe minimaal-invasief ook, had blijkbaar even mijn verborgen ziel geraakt. Eenmaal terug in de ziekenkamer heb ik nog twee uur vast geslapen en daarna met een aardige kamergenoot kennisgemaakt.

Tot mijn verrassing mocht ik vandaag alweer naar huis. Daar zit ik nu, gezond, maar een beetje zwak.
Van het ziekenhuis naar huis geraken is niet zo eenvoudig, vooral niet als je nog wat aangeslagen bent. Het idee om gewoon met de tram naar het station van Frankfort te rijden gaf ik in de lift al op. De portier moest maar even een taxi bellen. Maar er was geen portier; er was trouwens helemaal niemand, want het was zaterdag en ook hier is bezuinigd op de zorg. De enige vindbare uitgang kwam uit op een doodlopende steeg op het ziekenhuisterrein, waar wel dertig gebouwen staan met allerlei staketsels van nieuwbouw ertussen, zodat alles volkomen onoverzichtelijk was. Het regende tamelijk hard. Ik liep in de richting  waar ik de rivier vermoedde. Op zeker ogenblik verscheen er in het niets toch een taxi, zodat ik het station bereikte. Daar stond de sneltrein naar Marburg al klaar, maar het lukte me niet in de zeven resterende minuten een kaartje uit de automaat te toveren. Mijn geld wilde hij niet en een EC-kaart ook niet. Foute kaart, zei hij. Foute machine zal je bedoelen; laat je eens nakijken, sukkel!
Dan dus het boemeltje van een half uur later. De tussentijd heb ik besteed aan het drinken van een hemels smakende vruchtendrank en het inslaan van duur maar heerlijk fruit in de delicatessenshop. Tenslotte was ik enige dagen uit de kost geweest, dus vooruit maar. In het ziekenhuis zijn geen vitaminen.

Elk nadeel hep overigens zijn voordeel, ofwel dat met die silver lining, u weet wel. Ik ben vijf kilo afgevallen en heb niets geen zin in schransen of alcohol. Dit kan het begin zijn van een moeiteloze vermageringskuur.
Bovendien had ik, toen ik nog meende dat het ernst werd, nog gauw een e-mail rondgestuurd om allerlei dringende, maar onprettige afspraken af te zeggen. Ook weer geregeld. Het draagt allemaal tot mijn reële pensionering bij.

Nu krijg ik zin om naar een heel stompzinnig televisieprogramma te kijken. Gelukkig zijn er achttien zenders die in deze behoefte voorzien.

13 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

13 Reacties op “Met een sisser

  1. Prachtig verhaal. En vooral vanwege de sisser!

  2. Trijntje

    Gelukkig dat het met een sisser afliep, en dat je dat ook al in de titel had aangegeven: doe nu maar lekker rustig aan, en gewoon waar je zin in hebt!

  3. Wat een oncomfortabel verblijf en vervoer voor een operatiepatient, als die interniste dat allemaal had voorzien had ze u vast lekker in Marburg laten behandelen.
    Volgens mij ken ik trouwens die kaartautomaat, ik heb daar ook al eens ruzie mee gehad. Sindsdien zorg ik altijd dat ik genoeg muntgeld bij me heb, daar is hij minder kieskeurig mee.

  4. Tele5 kan ik aanraden, daar wordt vast een oude grijsgedraaide Startrek op herhaald. 🙂

    Toch wel schrikken en blij met deze goede afsisser.

  5. @Trijntje: Ja, de sisser moest wel in de titel; het was niet fair geweest hier spanning op te bouwen.

    @aargh: Toen ik nog vaak per trein reisde zorgde ik ook voor muntgeld, maar dit kwam zo verrassend …
    Het vertrouwen in het Marburgse Academisch Ziekenhuis is sterk afgenomen door de privatisering, de gedwongen fusie met Gießen en de nu alweer jaren durende arbeidsconflicten. Maar omdat er aanvankelijk iets ingewikkelds werd gevreesd, kwamen er maar twee ziekenhuizen in aanmerking: Frankfort of Hannover.

    @Ximaar: Het is Das Supertalent geworden, een castingshow op RTL, met Dieter Bohlen.

  6. Wat een schrik zeg. Gaat het nu wel weer een beetje goed met je? Het leest als een schelmenroman met een diepere inhoud en betekenis. Mag ik hopen dat de kwaal je niet meer bezighoudt? Maar die reis zeg, lijkt wel of je in een derdewereldland leeft. Toen ik zelf ooit met een gebroken schouder afreisde naar het ziekenhuis hier in de buurt, deed ik dat met de eigen auto. Een arm bruikbaar, die andere kon ik geen centimeter bewegen zonder vlijmende pijn. Nadat ik uren lang in de eerste hulp had gebivakkeerd en men eindelijk diagnose en eerste reparatie had uitgevoerd, werd me geadviseerd om iemand te bellen of met de taxi naar huis terug te gaan. Jaja, maar de auto stond in de betaalde parkeergarage. Kwamen de dames en heren medici me die even achterna brengen dan? Nee? Dan rijd ik naar huis. Mocht niet, dan was ik onverzekerd of zoiets, nou het zal wel. Het werd rijden. Weer met een arm…maar ik kwam er wel…

  7. Ik had de terugweg ook wel helemaal per taxi kunnen doen, maar ik voelde me na het ontslag zo fit, dat ik dat niet wilde. Het viel iets tegen, maar het ging eigenlijk wel. In de trein zat ik bij een groep nonnen, ik dacht nog: als ik nu niet lekker word gaan die fijn voor me zorgen. Maar dat bleek niet nodig.
    Helemaal de oude ben ik nog niet, dat kan nog een paar dagen duren, maar dat is normaal, zeiden ze.

  8. Oeps, en ik stond net op het punt om eens te gaan mopperen hoelang emigrant dacht zijn lezers op het volgende logje te kunnen laten wachten. Blij dat het goed is afgelopen maar je zult wel in de rats hebben gezeten. Nu maar op je gemak bijkomen. Boeken lezen die je al ettelijke keren uit hebt, helpt ook goed.

  9. Van kindsbeen aan lees ik altijd de boeken van Kuifje als ik ziek ben. Maar nu zou ik even niet weten waar die liggen.

    Ik denk nog terug aan dat roemloze moment vrijdagmiddag, toen ik met bed en al naar de operatiekamer gereden was. Daar stond ik een tijdje op een soort rangeerterrein, terwijl om mij heen de artsen en verpleegkrachten zich naar huis spoedden, elkaar vrolijk een prettig weekend toewensend. Ik dacht even dat ik daar tot maandagochtend moest blijven staan, en dat werd nog verergerd door een bijzonder tactvolle vraag van zo’n zuster: Was wollen Sie denn noch hier?
    Ik had natuurlijk moeten zeggen: Ich komme zum Tanztee, maar zo gevat was ik op dat ogenblik niet.

  10. Trijntje

    Bij de NS kunnen toeristen die wel een creditcard hebben en geen debetcard alleen op Schiphol kaartjes kopen uit de NS-automaten: alsof je wel ergens naar toe mag gaan en niet meer terug.
    Munten kunnen wel in veel automaten, maar ja, heb maar eens genoeg munten voor een kaartje Enschede Schiphol, bijvoorbeeld.

  11. Bob

    “Was wollen Sie denn noch hier?” -> LOL

    Och Emigrant, alles weer goed nu? Nee, zonder dollen. Als je eigen artsen zo reageren dan denk je natuurlijk dat er iets aan de hand is. Uiteindelijk heb je gewoon te veel Kuchen en Wein tot je genomen, neem ik aan!

    Nog een geluk dat je deze niet als receptioniste had:

  12. Nee, alles is niet goed. Ik ben er níet van af; er is een complicatie, ik zal er binnenkort nog eens heen moeten.
    De schuldvraag had ik ook al gesteld, maar ik schijn er niets aan te kunnen doen. Mijn zuster heeft het ook; het zal de erfelijkheid wezen.
    Die receptioniste op het filmpje is haar overgewicht in goud waard!

  13. Kuifje, ja, dat is het allerbeste bij griep, herstel na grote schrik of algehele malaise. De mijne zitten in de opslag (ik heb exemplaren in vele talen), maar hopen dat er geen aanleiding is om ze eruit te halen.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s