Dialecten en tongvallen

Op straat heb ik twee zinnen gewisseld met een vrouw uit een dorp, en tot mijn verrassing deed ik dat in het Hessische dialect! Nou ja, naar vermogen dan. Ik wist niet dat ik het in me had.
Dialecten kruipen blijkbaar in je. Mijn jeugd heb ik in Amsterdam doorgebracht, maar het was niet de bedoeling van mijn opvoeders dat ik Amsterdams zou spreken. Ik heb dan ook altijd ABN gesproken, maar tientallen jaren later ben ik toch eens, toen ik mij erg kwaad had gemaakt, uitgebarsten in het Amsterdams.

Sommige dialecten en sociolecten mag ik; andere niet. Brabants, Amsterdams, en Hoog-Haags wel, Noordnederlands ook. Leids, Rotterdams, Oh Oh Cherso, Nijmeegs en Limburgs niet; Tuks en Tokkisch ook niet.
Dat is te verklaren uit mijn levensloop: ik ben in West-Brabant geboren en in Amsterdam opgegroeid. Hooghaags en Wassenaars zijn lekker, want Geld macht sinnlich, vooral oud geld. Voor mijn waardering voor Noord-Nederlandse tongvallen heb ik geen verklaring.
In Duitsland heb ik ook mijn voorkeuren: Saksisch en Berlijns, en over het algemeen de varianten van het Noordduitse plat. Van Hessisch en Beiers houd ik niet, van Keuls en Stuttgarts ook niet. En dat is niet uit emoties of ervaringen te verklaren, want ik heb in Duitsland geen diepe wortels. De taal van de Hessen, sinds zestien jaar mijn buren, zou ik misschien moeten mogen; maar nee. Uitzondering: Peter Kurzeck, de enige schrijver van wie ik hoorboeken hoor. Bij hem is de stem zoiets betoverends, maar dat is misschien individueel. En blijkbaar zit er toch wat Hessisch in mij, dat op afroep naar boven komt.

Tranen met tuiten, en niet alleen van ontroering, heb ik eergisteren gehuild bij het zien van de film Bienvenue chez les Ch’tis, maar dan in het Duits natuurlijk. Het is hier meestal onmogelijk een film in de oorspronkelijke taal te zien, maar in dit geval zou het origineel me ook moeilijk gevallen zijn. Het Nederlandse Wikipedia-artikel maakt nauwelijks een woord vuil aan het Picardische dialect dat in de film gesproken wordt, terwijl dat juist de hoofdattractie is. Hoewel dit taaltje in werkelijkheid hoogstens nog door enkele oudjes gesproken wordt is het in de film zo ongeveer de voertaal in het gevreesde departement Nord-Pas-de-Calais. En het is vachement drôle, ook in de razend knap gemaakte Duitse nasynchronisatie.

7 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk, Taal

7 Reacties op “Dialecten en tongvallen

  1. Haha ja die film is geweldig. Ik heb hem met Franse ondertitels gezien, anders zou ik er ook niet veel van hebben kunnen maken. Er is trouwens ook een Kuifje-album in het Ch’ti, Het Geheim van de Eenhoorn. Dan weet je dat. 😉

  2. Het acceptabel, leuk of irritant vinden van een dialect hangt bij mij ook erg samen met de mensen die het spreken en die ik ken. Zo spreek ik een beetje Westfries. Dwz ik woonde in het gebied van Westfriesland waar matig Westfries wordt gesproken. Meer oostelijker is het Westfries duidelijker te horen. Ik vind het wel aardig, net als dat ik Zaans (wat er aan verwant is) aardig vind.

    Verderop wordt het anders. Amsterdams vind ik vervelend, zwetserig. Hier in de buurt is een dorp vol economische vluchtelingen uit Amsterdam en die spreken het daar. Het is er zo ongeveer het voerdialect en ik heb daar moeite mee.

    Het zangerige rond Lisse vind ik erg leuk, maar dat komt waarschijnlijk door een leuke oom die het spreekt. Met Haags zit ik er dubbel in. Koot en Bie en Harry Jekkers Haags vind ik geinig. Het Voorburgs van mijn zwager en het Haags/Wassenaars van Bolkestein vind ik nix.

    Rotterdams en Utregs vind ik ook leuk. Fries vind ik duidelijk minder. Het Oostfries in Noordduitsland vind ik een stuk prettiger en is voor mij eenvoudig mee te spreken. Verder heb ik familie in Overijssel, die een zwaar dialect spreken. Niet zoveel op tegen, maar 1 familielid spreekt het duidelijk om zich af te zetten tegen de Hollanders. Ze spreekt het dus altijd en erg overdreven. Daarmee beperkt ze duidelijk haar ontwikkeling. En voor mij maakt dat die taal minder leuk.

    Limburgs en Brabants zijn zeker niet mijn favorieten, maar dat komt zeker ook door de mensen. Ze doen zich warm voor, maar zijn het vaak niet.

    Bayerse mensen en hun spraak vallen me sinds de laatste jaren erg mee. Een keer zat ik in een gehucht, waar onverstaanbaar Bayers werd gesproken en dat klonk nog leuk ook. Het verschilt erg of mensen dat doen om zich af te zetten, of gewoon omdat ze het gewend zijn. In kleine dorpen zijn mensen het meer gewend is mijn indruk. Toen ik me er mee bemoeide werd ik in prima Duits aangesproken.

    Zwitersduits vind ik ook erg leuk, terwijl ik juist moeite heb met Zwitsers. Dus de koppeling tussen mensen en dialect gaat niet helemaal op.

    In het dorp waar ik woonde kan ik ook het verschil horen tussen het Katholieke en het Protestantse Westfries. Komt waarschijnlijk omdat er op die verschillende scholen anders wordt omgegaan met dialecten. het zou me niet verwonderen als dat overal zo is.

  3. Mijn moedertaal is Zuidwest-Drents, op verjaardagen spraken mijn grootouders met hun broers en zussen twee varianten van het Gronings, en op school ging de knop om naar het ABN. Dankzij deze meertalige en multiculturele uitgangssitutaie heb ik niet gauw een hekel aan een taal. Elke taal heeft zijn eigen zang en bekoorlijkheden. Alleen het soort imitatie-Amsterdams, gesproken door noordelijke sloebers die zo graag mee willen doen, kan op mijn onverbiddellijke afkeer rekenen.

  4. O ja zeker, in mijn Westbrabantse geboortedorp behoorde ik tot een minderheid van 10% protestanten en die spraken het dialect duidelijk anders. De godsdienst was echter niet de enige scheidslijn; het ging bijv. ook om de vraag of je ‘van de klaai’ was of ‘van ’t zaand’. Ofschoon in de minderheid waren de protestanten uitgesproken arrogant. Op grond van hun superieure cultuur, dat spreekt. Protestanten gingen naar Dordt om een nieuwe hoed te kopen, katholieken naar Breda.

    Zou het Ch’ti dan toch de voertaal zijn in dat verschrikkelijke Noorden, Irene? Ik kan me niet voorstellen dat ze Kuifje hebben vertaald voor een restgroepje honderdjarige kantklossters, die nooit een stripboek inkijken.

    Valse dialecten zijn inderdaad vreselijk. Het Haags/Wassenaars zit bij Bolkestein niet diep. Hij had wel wat familiebanden met Den Haag, maar emotioneel gesproken liggen zijn taalwortels in Amsterdam en Nederlands-Indië. Dat Haags is later aangeleerd. In expat communities all over the world had hij daar wel ampel gelegenheid toe. Nog erger Pseudo-Wassenaars sprak Hans Wiegel, wiens taal is gevormd in Amsterdam en het Gooi. Daar moesten mijn Haagse kennissen indertijd wel om lachen.

    Op een familiebijeenkomst heb ik onlangs kunnen vaststellen, dat ik zo weer van wal zou kunnen steken in het dialect van mijn dorp. Je eerste taal verleer je niet. Toch heb ik mij zeer terughoudend opgesteld; ik zou het pas weer durven als ik daar een poos zou wonen. Het lijkt wel of je na zo veel jaren afwezigheid geen rechthebbende meer bent.

  5. Ik mag me verheugen op een aardig stukje rondrijdervaring. Relaties door het hele land, jaren lang. Al die lieden op alle plekjes van ons landje, zo klein, toch zoveel onderscheid. Mijn hoofdkantoor qua werkgebied bevond zich ooit in de regio Leiden, daar was al verschil tussen een Leienaar en een Katwieker. Ook qua mentaliteit. Hagenezen waren soms leuk, maar die platpraters vaak een heel stuk minder. Maar platpraters uit Oost-Nederland vind ik dan wel weer aardig. Ook al versta ik ze niet. Limburgs is ook leuk, maar ook daar moet de ondertitelingsmachine vaak wel aan. Waarbij er flink wat onderscheid is tussen een Venlonaar en iemand uit Maastreech. Dat is in een groter land als Duitsland natuurlijk nog sterker. Die vroegere DDR-inwoners kon je vaak redelijk snel herkennen qua dialect. Maar dat geldt ook voor de Cockney-Engels sprekende Londenaren. In die zin is een verenigd Europa nog steeds zeer verdeeld, want overal kom je deze verschillen tegen….dat maakt diversiteit ook leuk. Dat wel….

  6. Bob

    De reden dat sommige dialekten je wel bevallen en andere niet is dat een dialekt een bepaald karakter of een levenshouding uitdrukt. Amsterdams drukt uit dat je een beetje superieur bent, sarkastisch, niet van hoge komaf, en maling hebt aan conventies. Andere dialekten drukken vaak bescheidenheid uit, of een bepaald gevoel voor humor.
    Het Bayerisch van Edmund Stoiber vond ik erg lelijk. Bij andere mensen vind ik het vaak wel aangenaam. Dat ligt er waarschijnlijk aan dat Stoiber met een soort snerpende stem sprak en vreselijk overtuigd was van zijn eigen gelijk.

  7. Ooit, zo’n 35 jaar geleden, wist opa Arnoldusse uit Woezik mij aan mijn uitspraak tot 10 kilometer nauwkeurig te plaatsen.
    Maar ook toen was ik mijn oorspronkelijke dialect volledig kwijt geraakt.
    Nu mis ik de verschillende tongvallen en dialecten.
    Alsof moderne communicatietechnieken onze taal veranderd hebben.

    Ja, door mijn Schotse ex fleur ik ook nog steeds op bij een Schots accent.

    Zonnige zomergroet.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s