Off the road 2

Ontaarde aren. Ja, er zijn hier functionerende, maar ook veel stilgelegde boerderijen. Daar wonen nu mensen uit de stad, vaak alleen ’s zomers. Ze doen niet aan landbouw en de akkers verkommeren. Nu kun je daar de postume “graanoogst” zien staan. Als er niet meer geoogst en gezaaid wordt groeit er toch wat, maar dan dun, spookachtig, onbruikbaar. Toch zijn zulke akkers hoopvol. Als er in Europa door de klimaatverandering een voedselprobleem ontstaat kunnen ze hier gewoon weer aan de slag.

Feodaal. In de nabijheid van dit bescheiden huisje staan er zo al drie “grote huizen”: adellijke kastelen of buitenhuizen, daterend van de zeventiende tot de negentiende eeuw. Het mooist was Julita, omdat dat nog tot 1941 bewoond is geweest en de hele inrichting nog intact is. Niet alleen de herenvertrekken, maar ook de keuken en de vertrekken van het personeel. Het geheel geeft een aardig inzicht in de toenmalige levensstijl. Als niet-voorname logé was ik het meest geïnteresseerd in de noordvleugel, waar arme verwanten en vrienden van de heer des huizes soms maanden logeerden. Daar kon er dan eindelijk eens een roman of pianosonate uit je handen komen. De verzameling schilderijen in de salon en de bibliotheek was teleurstellend. Wel echt oud, uit de zeventiende en achttiende eeuw, maar veel troep; ook Nederlandse meesters van het derde garnituur. Maar de heren hadden natuurlijk ook een paleis in Stockholm; misschien hingen daar de betere stukken. Zo’n buitenhuis werd dan volgezet met spulletjes van de toenmalige IKEA. Of men vond de elandenjacht belangrijker. Je moest wel een flink huis hebben om elandenkoppen en -geweien in de gang op te kunnen hangen; véél groter dan van een hert.

Overheadkosten. Zweden is een groot land. Het heeft véél wegen, spoorwegen, hoogspanningsleidingen, telefoonleidingen, riolen, kustlijnen, aanlegsteigers, vuurtorens, veerponten, scholen, bibliotheken, gezondheidscentra, tafeltje dek je, enzovoort. Die moeten allemaal betaald worden door slechts negen miljoen Zweden. Geen wonder dus dat de belastingen hoog zijn.

Eendenrace. Nee, mijn eend nr. 653 heeft de eendenrace (årace, Entenrennen) van de Lionsclub in Vingåker niet gewonnen. De hoofdprijs was niet minder dan 40.000 kr., en de winnaar werd geinterviewd in de Katrineholms Kuriren. Wat kan ik zeggen? Mijn eend heeft alles gegeven, maar andere waren sneller.
Dat was op de bazaar in de tuin van slot Säfstaholm. E. zat daar ook, met haar standje met kruidtuinproducten. Goeiig allemaal; iedereen was er natuurlijk, en ik ook, alleen ik had er niets te zoeken. Ik heb mij best vermaakt, maar merk op zulke plaatsen ook heel duidelijk dat ik er niet bij hoor.
In het kasteel was een tentoonstelling van schilderessen van honderd jaar geleden. Die dames konden prima schilderen, zo goed zelfs dat je je afvraagt waarom juist vrouwelijke schilders tentoongesteld moeten worden, en niet bij voorbeeld roodharige of brildragende. Maar ja, ze hadden toen een zaak om voor te vechten. De heren vonden toen dat vrouwen niet konden of mochten schilderen; het is haast niet meer te geloven, maar zo was het. Misschien is dat ook de reden dat die vrouwen op hun zelfportretten allemaal zo treurig kijken.
Verder viel me nog op dat er in het dorp niet alleen een veel te grote negentiende-eeuwse kerk staat waar niemand meer naar toe gaat, maar ook nog twee kleine nieuwere, die niet tot de protestantse staatskerk behoren. Ook hier dus het verschijnsel van schuurgemeentes: de officiële kerk is blijkbaar nog te sjiek voor de kleine luiden. En daar lopen er genoeg van rond: van die zure gezichten, uit wier leven alle vreugde is gebannen. Wie niet in God wil geloven kan zijn religiositeit uitleven in naastenliefde: zorg voor vluchtelingen hier of daar, of voor kindertjes zonder benen. Óf natuurlijk in het biologisch-ecologische gedoe, dat ook hier streng religieuze vormen heeft aangenomen. Handgeknuffelde pastinaken, worteltjes met vreemde bochten erin, geweldig authentiek.

Pruttkudde. Het mooiste voorwerp op de bazaar was een zog. “feestartikel”, origineel verpakt in de USA omstreeks 1958. Of misschien was de naam ervan mooier dan het voorwerp zelf: pruttkudde. Zeg nou zelf: ook in uw Zweedse woordenboek komt dit woord niet voor. Het is een kussentje dat kinderen op de stoel van een ouder, leerkracht of oom kunnen leggen. Wanneer die dan zogenaamd niets in de gaten heeft en gaat zitten klinkt er het geluid van een scheet. Lachen!

1 reactie

Opgeslagen onder Zwedenreis

Een Reactie op “Off the road 2

  1. (Geredde reacties:)
    —–
    cohler 08/31/2010 11:36:17 PM
    Lekker hoor!!

    Ik kop de onderste wel in: Woordenboek? Wat is dat voor een 17e-eeuws anachronisme?
    Het wordt zo zoetjes aan tijd dat jij voorbereidingen gaat treffen voor de terugreis naar het heden.
    Wikipedia, doet dat nog een belletje vaag rinkelen?
    Pruttkudde = Furzkissen = Whoopee cushion = Coussin péteur.
    —–
    Leo 09/02/2010 09:05:25 AM
    Geweldig reisverslag, Zweden krijgt een heel andere invulling door dit verhaal. Wie weet ga ik er ook weer eens naartoe.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s