On the road 4

Eskilstrup, motel Højmølle.
Maar even flink aangepoot vandaag, zodat het grootste Autobahntraject al om twee uur achter de rug was. Het ging niet zo snel als gedacht. Eén op de honderd vakantievierders maakt het fietsenrek op het dak niet goed vast. Resultaat: fietsen plus rek op de rijbaan, ravage, lang fileoponthoud. Of er nog iemand bij was overleden was niet te zien. Auto’s met fietsen wil ik niet voor me hebben, dus die haal ik altijd maar snel in, waardoor ik tevens lekker opschiet.
Als bezoekobject had ik Neustadt in Holstein uitgekozen. Een klein stadje aan de Oostzee, het viel me een beetje tegen, maar ach, je bekijkt de markt en de wijnweek en het hele gekeutel en eet een visbroodje. Wat ik wel mooi vond, een echte verrassing, was het welig voortheuvelende landschap eromheen, zo tussen Lübeck en het eiland Fehmarn. Wel veel steuntrekkers hier, en arme mensen; het leek wel Oostduitsland. De heren een pens en tattoos, de dames een trainingspak als Cindy aus Marzahn.
Als je hier zou opgroeien zou je natuurlijk gaan vissen, in van die groene lieslaarzen, en met bootjes varen. Het is al zee, maar slechts de Oostzee, die niet zo gevaarlijk is, en bovendien komt er eerst nog een bocht, een zeeboezem of hoe dat heet; ook voor opgroeiende kinderen te doen.
De pont naar Denemarken, de Vogelvloeklijn, waar je vroeger met trein en al opging, is zo gestroomlijnd dat je in tien minuten al aan boord bent en niet merkt dat je vaart. Aan dek kon je niet; ze willen dat je binnen dingen koopt en consumeert. Tax Free heeft geen zin in de EU, want alles is anderhalf maal zo duur als thuis, maar de mensen kopen toch.
Eenmaal geland in het land der Dänen (wo die Hyänen gähnen) ging ik eerst maar een automaat zoeken om daar wat van dat eigenzinnige geld van hen uit te trekken. Daarna had ik de snelweg een heel stuk voor mij alleen; alle opvarenden van de pont waren al weg.
Zo’n traject moest langer kunnen duren, om dichter bij de eeuwigheid te brengen. Vaak vind ik autotrajecten te kort. Vijftig kilometer eenzaamheid door een corridor van landschap kan onmogelijk de illusie van eeuwigheid te weeg brengen, van afwezigheid van tijd en plaats, van on the road zijn. Je komt niet in een cadans.
Zo schoof ik het hotel binnen dat mij in het Internet terecht was aanbevolen. De kamers in het moderne bijgebouw zijn standaard ingericht maar ruim, en op het gras voor het raam lopen konijntjes. De waardin en het oude hoofdgebouw zijn beide heel persoonlijk ingericht. Een diep-menselijke maaltijd; geen hotelvoer. Hier geen wagenwielen of molenstenen om het oude boerenland te verzinnebeelden. Meubels met een hang nach oben; een verzameling dure flessen malt whisky en cognac. De Denen zuipen geloof ik nog meer dan de Zweden.
Het eiland Falster zou nogal lelijk en banaal te zijn, maar dat vind ik niet. Wat is er tegen nuttige gewassen? Mild glooiend akkerland met af en toe een kerkje, een feodalige hoeve omsloten door geboomte of een haag, ik heb een mooi stuk gewandeld. Het ziet eruit zoals Denemarken er nu eenmaal uitziet. En hoe weet ik dat; ik ken dit land immers niet? Nee, maar die films die daar vandaan komen hebben het me laten zien: Adams æbler bij voorbeeld, en die ene uit de Dogma-serie, die ook op zo’n boereneiland speelt, Mifune geloof ik. Je hoeft eigenlijk nergens meer naar toe, want je hebt alles van tevoren al gezien. De zichtbare dingen hoeven alleen nog maar samen te vallen met de reeds geziene. Alleen Oost-Holstein was een verrassing; daar zijn blijkbaar geen films of foto’s van.
Maar Oost-Holstein had ik toch al twee of drie keer gezien toen ik er vijfendertig jaar geleden met de trein doorreed? Jawel, maar toen heb ik of niet uit het raampje gekeken of ik ben intussen vergeten wat ik zag. Nog een reden waarom je nergens naar toe hoeft: je vergeet het weer. Is dan alles vergeefs? Nee, ik denk het niet: al die landen die je bezocht, de muziek die je gehoord en de boeken die je gelezen hebt laten een soort depot in je achter dat je maakt tot wie je bent en je een algemene kennis geeft die het overleven mogelijk maakt. Het maakt je ook tot de oude wijn die voor anderen genietbaar is.
Het woei! Dat is ook wel weer eens lekker, dat hebben we in Marburg niet.
Ineens moet ik denken aan hoe ik vroeger met de trein naar Zweden reisde. Het duurde twintig uur, vanuit Nederland naar Stockholm. Overstappen alleen in Kopenhagen. Ik wenste een slaapwagencoupé voor mij alleen. In Europa was dat absurd duur, dus vertrok ik ’s ochtends uit Nederland. Het nachttraject Kopenhagen-Stockholm was namelijk een stuk goedkoper, want dat ging voor binnenlands tarief. En het werd nog voordeliger als je niets reserveerde, op het laatste ogenblik kwam en even smoesde met de man van de Wagons-Lits. (Sovvagn, “sufwagen” dus eigenlijk.) Meestal was er nog wel iets vrij, en het weinige geld dat het kostte zal misschien niet de firma, maar die steward ten goede gekomen zijn. De vliegtuigen kwamen pas later binnen bereik. Eigenlijk zou ik nu ook graag per trein reizen, maar de plaats van vertrek en de bestemming liggen niet gunstig; bovendien is de trein duur en onaangenaam geworden.

1 reactie

Opgeslagen onder Zwedenreis

Een Reactie op “On the road 4

  1. (Geredde reacties:)

    Marjan 08/22/2010 10:02:14 PM
    Het schrijven gaat je goed af, on the road. Ik kijk uit naar deel 5.
    —–
    Leo 08/23/2010 11:46:10 AM
    Heerlijk verslag. Zeker als je het over Denemarken hebt, dat ik alleen maar ken van bezoeken aan Copenhagen in de 70’s en een keer een tussenlanding op Kastrup op weg naar Helsinki. Leerzaam logje. En kennelijk is het leven daar nog ‘goed’.
    —–
    cohler 08/23/2010 12:12:17 PM
    Het grappige van Denemarken is, dat alle grote steden aan de oostkust liggen, de westkust van Jutland heeft geen grote steden en nergens een boulevard zoals aan de Nederlandse westkust.
    Aan de oostkust van Jutland heb je fjorden.
    I think it’s fabulous and lovely, darling
    —–
    Bob 08/23/2010 01:15:31 PM
    Mooi.
    —–
    emigrant 08/24/2010 01:13:26 PM
    Denemarken was voor mij inderdaad een aangename verrassing. Of het leven er “goed” is weet ik niet; je ziet er evengoed stevige deur- en fietssloten, die doen vermoeden dat ook dit land de zondeval al achter de rug heeft.
    —–
    Xiwel 08/27/2010 07:28:29 PM
    In 2004 ben ik voor het laatst in Denemarken geweest. Ik fietste langs de Oostzee door Stralsund en Rügen en bij Rostock werd het slechter weer. Dus vandaar de pont naar Falster. En jawel, de hele dag miezerweer. Ik wilde wel via Odense naar Jutland, maar het werd dus de pont terug van Rødbyhavn naar Fehmarn.
    Wat kan Lolland saai zijn bij dergelijk weer. Een stad van enige betekenis is er niet en het was me er te vlak met vrijwel geen bos.
    Door Holstein en in de Holsteiner Schweiz rond Plön was het weer heerlijk weer en was de natuur veel afwisselender. Daar was toen nog niets van steuntrekkerij te merken.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s