Oberammergau

De twee hoogtepunten van mijn korte vakantie waren theatraal van aard. Eén daarvan was gepland: de Passion, het passiespel te Oberammergau. Een dorp in Zuid Beieren, tussen Bayreuth en Verona, dat dit sinds 1633 om de tien jaar opvoert. Het is de inlossing van een gelofte, indertijd gedaan om zich te vrijwaren tegen de pest. Die heeft gewerkt; de pest is nooit meer teruggekomen.
Het dorp heeft 5200 inwoners en de helft daarvan doet mee. De andere helft verkoopt kaartjes en souvenirs, wijst mensen een parkeerplaats, kookt eten enzovoort. In dit door vele toeristen bezochte dorp herken je de mannelijke inwoners tijdens de Passion aan hun ongeremde haar- en baardgroei. De traditie wil blijkbaar dat de joden in de oudheid nooit naar de kapper gingen; wat daarvan waar is weet ik niet. Daarom moeten ook de spelers in de Passion hun haar en baard laten groeien.

4700 man publiek, waaronder ik, de vriend die op het idee was gekomen en ook Bundespräsident Wulf met echtgenote. Drie maal in de week een opvoering, maanden lang. Als de Oberammergauers niet op het toneel staan snijden ze houten beelden van Jezus, van de apostelen of van heiligen, die ze kunstvol beschilderen en vergulden. De Sitz im Leben van deze gesneden beelden zal ik wel nooit begrijpen.

Tja, het passiespel. Vijfenenhalf uur uur zitten voor 150 € en (bijna) never a dull moment. Je kunt er een speld horen vallen. Hoe afstandelijk en ironisch ik tegenover dit project aanvankelijk ook stond, als je daar eenmaal zit kun je niet anders dan geboeid zijn en vol bewondering voor wat deze mensen op het toneel neerzetten.

Dat toneel ligt in de open lucht en is zeer breed. Het publiek zit onder een afdak, beschut voor regen, maar niet voor kou. Er is één pauze; tijdens het spel kan het publiek niet naar de WC, zodat veel mensen zich met fleece-dekentjes bedekken (erg duur; gelukkig had ik er een in de auto). Bij slecht weer kan ook de Bühne overdekt worden door een soort reusachtige doorschijnende huif. Dat was nu niet het geval; de ondergaande zon integreerde zich heel mooi in het decor en scheen dramatisch op de Man van Smarten. Even meende ik het gerommel van onweer te horen. Zou dat niet prachtig zijn: een heftig onweer bij “Het is volbracht”? Als zich dat ooit zou voordoen moeten ze die huif maar even open laten.

De Passion is een kruising tussen een oratorium en een volksopera, op basis van de lijdensgeschiedenis uit een aantal evangeliën, afgewisseld met lebende Bilder (in goed Nederlands: tableaux vivants) uit de negentiende eeuw. De muziek schat ik op 1830, een beetje Mendelssohn-achtig. Die moest natuurlijk zo zingbaar zijn dat niet-professionele zangers haar nog aankonden. Maar de aria’s en koren zijn niet slecht en de zangers konden werkelijk boeien.

De lijdensgeschiedenis, die ik vroeger vaak gehoord en gelezen had, trof me weer als totaal verknipt en onwaarschijnlijk, maar je neemt haar voor die paar uur graag voor lief. Nadat er klachten waren geweest over het antisemitische karakter van het al heel oude stuk heeft men het gereinigd en zelfs enige Hebreeuwse teksten ingevoerd: het Shema JisraelMa nishtana bij het Laatste Avondmaal en Barukh ata. Ook hanteerde Jezus een Thora-rol. Het kruiswoord Eloi eloi lama sebahtani werd, net als in het Evangelie, op zijn Aramees gezegd, hoewel het verwijst naar de Hebreeuwse Psalm 22.

De kruiswoorden werden overigens een beetje afgeraffeld, wat wel te begrijpen is, want het is lichamelijk heel zwaar om lang aan een kruis te hangen, ook al was er hier natuurlijk getruct met de spijkers, het bloed en perspex steuntjes voor de voeten.

Het hele stuk door werden er door middel van die tableaux vivants relaties gelegd met het Oude Testament; theologisch vond ik dat wel knap. En natuurlijk werd er theatraal uitgebuit wat mogelijk was: de massascènes en spreekkoren van achthonderd man, paarden, ezels, schapen en kamelen, het conflict tussen Farizeeën en Sadduceeën, de motivatie van Jezus en diens drang tot sociale verandering, de handelaren in de tempel, de innerlijke conflicten van Judas en Petrus, het cynisme van Pilatus, het oor van Malchus enzovoort. De vrouw van Herodes wist buitengewoon elegant een kameel te berijden. Veel bloed en sadisme bij het verhoor, de bespotting en vooral bij de kruisiging, met zware hamerslagen en ijselijke kreten. Die foltering staat zelfs centraal; de spelers hebben er kennelijk schik in. Nou ja, het is niet voor niets een lijdensverhaal. Ook overal elders in Beieren, waar we veel katholieke gebouwen uit de barok hebben bekeken, waren er uitvoerige martelscènes, in verf of in reliëf. Tegenwoordig komen lustvolle folterbeelden meestal uit Amerika, via film en televisie, en zijn uit het moderne leven gegrepen.
Natuurlijk eindigde het stuk als iedere barokke opera in een positieve toon: Hij is hier niet; de Heer is waarlijk opgestaan; een jubelend slotkoor.

Intussen niet in het dorp gelogeerd, dat met al die toeristen en souvenirs nogal een kermistent was, maar in het zuivere lucht- en veenkuuroordje Bayersoien , in een verrassend aardige ruwhouten suite boven een slagerij. In Bayersoien is geloof ik ieder tweede huis een slagerij. Er wordt daar vlees gegeten, veel vlees, en Knödel van alles en nog wat, uiteraard in roomsaus.

(Foto’s verloren gegaan? Misschien vin dik ze nog terug, evenals de reacties.)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Godsdienst

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s