Benaki Museum: kwaliteit voor iedereen?

Dinsdag 14 september 2004
In het Benáki-Museum bleek dat de collectie islamitische kunst is verhuisd naar een apart museum. Maar omdat ik er toch was, en ook iets wilde eten in het dakrestaurant met het schitterende uitzicht, heb ik de rest van de collectie eens bekeken, waar ik vroeger altijd vluchtig aan voorbij liep. De Klassieke Oudheid: prachtig. De 16e-19e eeuw: interessant. Maar zo volkomen ontoegankelijk blijft me altijd weer die Byzantijnse kunst. Er was schilderkunst, sculptuur, houtsnijwerk, weefsels, you name it. En ik zie het niet, hoewel ik het vroeger toch al vaker heb geprobeerd. Alleen de boeken, handgeschreven of de eerste drukken, ja die kan ik waarderen, omdat ik nu eenmaal een boekmens ben.
Hier was dus kwaliteit, daaraan wil ik niet twijfelen, want het museum, oorspronkelijk gesticht door een schatrijke privé-verzamelaar, is beroemd om zijn collectie topstukken. Anders dan een rijksmuseum hoeft zo’n verzamelaar niet ieder prul uit het verleden te bewaren, maar kiest voor de beste stukken. En ik heb zelfs een vermoeden welke schilderijen de meesterwerken zijn. Je kunt nog wel zien of iets bijzonder oplicht of rijk geornamenteerd is, of met een zekere nadruk is tentoongesteld. Maar waar het om ging, de kwaliteit in die schilderkunst, die heeft niet tot mij gesproken. Blijkbaar moet je daarvoor eerst ingevoerd zijn in de Byzantijnse cultuur. Er is dus kwaliteit die alleen voor kenners toegankelijk is. Jawel, zo is het. Even dacht ik: maar dat is toch bij pakweg Japanse houtsneden niet het geval? Bij nader inzien vrees ik echter van wel: een Japanner zal vast meewarig kijken bij onze keus uit het werk van Hokusai.
De zeebaars in het dakrestaurant, die had in ieder geval kwaliteit.

Op een of ander heel diep niveau is het herkennen van kwaliteit in andere culturen wél mogelijk. Ik herinner mij de geometrische, dus volledig abstracte ornamenten op zeer oud vaatwerk dat ik eens op Santorini zag: die spreken direct, trekken de ogen tot zich, schrijven sporen in je ziel. Dat heeft niets te maken met een klassieke opleiding of Europeaan-zijn: het waren vóór-Griekse, voorhistorische vazen (1500 v. Chr. geloof ik), die natuurlijk helemaal niet als kunstwerk gedacht waren. En dan is er de vraag: waarom deze vaas wél en die ernaast niet?
Een soortgelijke ervaring van directe toegang tot kwaliteitsvoorwerpen van ver weg had ik eens toen een Belgische hoogleraar volkenkunde ons vlechtwerken en weefsels uit Congo getoond heeft. Ik heb niks met weefsels, maar deze …, indrukwekkend! En de Byzantijnse niet, nee. Daar zitten te veel lagen specifieke cultuur overheen blijkbaar, te veel betekenis. Te veel braafheid, volgzaamheid ook?
Voorwaarde voor zulke directe toegang: abstract? Maar het geldt niet voor de moderne abstracte schilderkunst. Dus abstract + regelmatige patronen? (Niet in de zin dat de hoeken echt recht, de lijnen echt parallel moeten zijn natuurlijk). Er moet iets van mythologie in zitten? Nee, dat is weer betekenis. Oerpatronen? Hier kom ik niet verder.
Misschien bestaan er wel kunsthistorische beschouwingen over prehistorische rotstekeningen; daar is het probleem hetzelfde, al zijn die figuratief.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Griekenland, Persoonlijk

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s